FD - 'Het moet niet imago zijn dat ons stuurt in bedrijfskeuzes'

Ben van Beurden moet Nederlands grootste bedrijf door de complexe energietransitie zien te loodsen. Een exclusief gesprek met de Shell-topman, over de gepolariseerde discussie rond zijn bedrijf, dividendbetalingen, nieuwe verdienmodellen, Arctische olie en de ‘carbon bubble’.

'Het moet niet imago zijn dat ons stuurt in bedrijfskeuzes'

Ben van Beurden moet Nederlands grootste bedrijf door de complexe energietransitie zien te loodsen. Een exclusief gesprek met de Shell-topman, over de gepolariseerde discussie rond zijn bedrijf, dividendbetalingen, nieuwe verdienmodellen, Arctische olie en de ‘carbon bubble’.

lapeloze nachten heeft Ben van Beurden gehad tijdens het lange overnameproces van het Britse BG Group, maar uiteindelijk haalde hij de buit voor €54 mrd succesvol binnen. Met BG Group is het aandeel gas, de schoonste fossiele brandstof binnen het bedrijf, sterk toegenomen. Shell is daarmee volgens de 58-jarige topman beter gepositioneerd voor een koolstofarme toekomst.

Koolstofarm, want een toekomst zonder olie en gas is voorlopig niet realistisch. Daarvoor is het wereldwijde energiesysteem te complex, zegt Van Beurden tijdens een uitgebreid gesprek met het FD in zijn werkkamer op het hoofdkantoor in Den Haag.

Thema’s als dividend, aandeelhouders, duurzame energie en de rol van Shell in de energietransitie liggen op tafel, maar het is vooral de polarisatie in de discussie rond dat laatste thema die Van Beurden zorgen baart: ‘Dit vind ik het grootste probleem waar ik in mijn carrière tot nu toe mee te maken heb gehad. Hoe krijg ik het gat gedicht tussen de kennis en inzichten die ik en het bedrijf denken te hebben en hoe de samenleving er naar kijkt.’

De samenleving. Dat zijn activisten, ngo’s, bezorgde aandeelhouders en boze burgers die van Shell een grotere verantwoordelijkheid verwachten om iets te doen aan de opwarming van de aarde en soms zelfs denken dat als Shell maar ophoudt met olie en gas pompen het klimaatprobleem is opgelost.

Van Beurden zegt zelf als industrie deels debet te zijn aan de kloof en probeert de visie van Shell beter voor het voetlicht te krijgen. Daarmee is Shell een andere weg ingeslagen dan de grote Amerikaanse rivaal ExxonMobil, dat in de sector bekend staat om zijn grote geslotenheid. Van Beurden zoekt juist de dialoog. Hij oogstte lof toen hij zich in 2015 in het hol van de leeuw live liet ondervragen door een legertje journalisten van The Guardian, de Britse krant die in haar berichtgeving duidelijk stelling neemt tegen de fossiele energiesector.

Van Beurden, met zijn 33-jarige carrière bij het bedrijf met recht een Shell-man, moet laveren tussen het bevredigen van een onverzadigbare dividendhonger van grote aandeelhouders, een sterk gedaalde olieprijs en aan de andere kant een veranderend energiesysteem en de ‘groene’ druk vanuit de samenleving om bij te dragen aan de aanpak van klimaatverandering. Gaat dat überhaupt wel samen?

De in Roosendaal geboren Van Beurden probeert het in ieder geval met alle macht. Hij wil dat Shell weer het beste rendement voor aandeelhouders gaat leveren. Het rendement op investeringen, dat onder zijn directe voorgangers even minder prioriteit heeft gehad, moet onder zijn leiding weer omhoog. Shell op nummer één bij aandeelhouders. Maar hij wil ook dat Shell weer gezien wordt als een bedrijf dat een positieve bijdrage levert aan de samenleving, een ‘force for good’, zoals de met flarden Engels sprekende Nederlander dat noemt. Een man met een missie dus.

Dat hij met die missie niet iedereen weet te overtuigen, blijkt wel uit het wat onhandige interview met Nieuwsuur begin dit jaar waarin Van Beurden, die zelden grote interviews geeft aan de Nederlandse pers, aangaf alles op te zullen pompen om aan de vraag te voldoen. Het legde pijnlijk bloot dat datgene wat voor Shell vanzelfsprekend is, delen van de samenleving in woede doet ontsteken en dat woordkeuze in het sterk gepolariseerde debat rond de energietransitie soms nog belangrijker is dan de inhoud.

U hekelt het gebrek aan realisme in de discussie rond de energietransitie en de enorme polarisatie. Waarom is dat zo schadelijk?

‘Het hele energievraagstuk is énorm ingewikkeld. We krijgen deze eeuw een verdubbeling van de energiebehoefte voor de kiezen, die we moeten zien af te leveren met een fractie van de CO2-, methaan- en andere broeikasgassenuitstoot. Waar ik me zorgen over maak, is dat soms het beeld is ontstaan dat het vrij simpel is. Dat we gewoon moeten stoppen met het gebruik van olie, kolen en gas en dat als we allemaal snel hernieuwbare energiebronnen omarmen het probleem is opgelost. En dat bedrijven als Shell daarbij in de weg staan. Beide punten zijn onjuist.’

In welk opzicht?

‘Hernieuwbare energiebronnen produceren elektriciteit en dat is op dit moment 18% van het totale energieverbruik. Die overige 82% is olie, gas en kolen. We kunnen overstappen op elektrische auto’s en we kunnen onze huizen elektrisch verwarmen. Dat kan allemaal en daar ben ik ook een voorstander van. Maar voor bijvoorbeeld zwaar transport is het veel lastiger. Denk aan vliegtuigen en schepen. Maar ook aan de productie van materialen. Je kunt uiteindelijk geen beton maken uit een zonnepaneel. De energietransitie is ingewikkelder dan veel mensen denken. Ik maak me zorgen omdat mensen die beter moeten weten en die enorm veel geloofwaardigheid hebben vanwege hun status zo’n beeld kunnen wekken dat het de samenleving op het verkeerde been zet.’

‘Het beeld dat de oplossing simpel is en Shell in de weg zit is onjuist en zorgelijk’

‘De reserves op de balans kunnen we produceren, ook binnen de klimaatafspraken’

‘De samenleving ontkomt op termijn niet aan olieboringen in Arcitch gebied’

Ben van Beurden

Doelt u daarmee ook op financiële toezichthouders en centrale banken die waarschuwen dat mogelijk een deel van de fossiele brandstofreserves in de grond zal moeten blijven zitten en daardoor dus waardeverlies voor bedrijven zal ontstaan?

‘Ik denk dat daar ook beter inzicht nodig is. We kunnen inderdaad niet alle olie gas en kolen die in de aardkorst zit produceren en verbranden. We zullen de kolen moeten laten zitten en het gas eruit halen als we toch koolstof nodig hebben. Dat betekent dat bepaalde fossiele brandstoffen ‘stranded’ zullen raken, maar dat wil niet zeggen dat de reserves op onze balans ook ‘stranded’ zullen raken. Wat we op de balans hebben staan en waar het bedrijf dus op gewaardeerd is, zijn produceerbare reserves die we de komende 12 of 13 jaar kunnen produceren. Die zullen we best kunnen produceren onder wat voor klimaatuitkomst dan ook. Zelfs binnen het scenario dat de temperatuur op aarde maximaal twee graden mag stijgen, zoals landen nu hebben afgesproken.’

Dus u heeft geen vrees voor een mogelijke financiële schok als gevolg van grote afwaarderingen in de sector van ‘gestrande‘ reserves?

‘We zijn de afgelopen jaren van $120 dollar per vat olie naar onder de $30 per vat gegaan. Elke $10 prijsdaling scheelt $5 mrd aan cash per jaar voor ons. Als je een grote financiële schok wilt zien, dan hebben we die net achter de rug. Het feit dat we in de komende paar decennia op een ordentelijke of minder ordentelijke manier naar een koolstofarme samenleving gaan is minder draconisch dan wat wij de afgelopen twee jaar hebben gezien.’

U wordt door een deel van de samenleving sterk gewantrouwd, maar u wilt gezien worden als een bedrijf dat het goed voor heeft met de wereld. Hoe gaat u dat vertrouwen terugwinnen?

‘Dit vind ik het grootste probleem waar ik in mijn carrière mee te maken heb gehad. Hoe krijg ik dit gat gedicht tussen de kennis en inzicht die ik en het bedrijf denken te hebben en hoe de samenleving er naar kijkt? Hoe kan ik bijdragen aan meer nuance in het nu vaak vereenvoudigde beeld van dit vraagstuk? We moeten beginnen door te stellen dat er in verschillende landen verschillende discussies en oplossingen nodig zijn. Die discussie is in Nederland anders dan in China, India, Brazilië of waar dan ook. We kunnen niet hier zitten en een oordeel vormen over Sub-Sahara-Afrika en tegen hen zeggen: "die industrie heb je helemaal niet nodig, dus blijf maar bij dat zonnepaneeltje in het dorp". En ook de snelheden waarmee de transities zich voltrekken zullen verschillen.’

U heeft aandeelhoudersrendement als een van de belangrijkste prioriteiten gedefinieerd. Waarom is aandeelhouderswaarde toch zo belangrijk?

‘De aandeelhouders zijn de eigenaren van het bedrijf. Uiteindelijk zijn wij een bedrijf met een missie om welvaart te creëren. We zijn een van de grootste dividendbetalers in de wereld. Dat is ook maatschappelijke relevantie, want het is uw en mijn pensioenfonds waar dat geld in terecht komt.'

'Maar we moeten niet alleen maar aandeelhouderswaarde creëren door te krimpen tot de meest winstgevende activiteiten. We moeten relevant blijven. Ik wil niet een of andere nichespeler zijn die uiteindelijk een promille van de markt bedient. We moeten schaalgrootte hebben, maar ook gewaardeerd worden. Dat betekent dat we naast aandeelhouderswaarde ook een bedrijf moeten zijn dat een prominente rol speelt in het energiesysteem en dat ook aan tafel zit om in de discussies over energietransitie mee te doen.'

Critici zullen zeggen dat dat niet verenigbaar is. Je kunt niet boren in de Noordpool en oliezanden exploiteren en tegelijkertijd een ‘force for good’ zijn voor de samenleving. Zou u zich bijvoorbeeld voor kunnen stellen dat u van die oliezandactiviteiten afscheid neemt vanuit imago-overwegingen?

‘Als ik aan 1000 mensen vraag wat wil je dat ik niet meer doe? Dan houd ik niets meer over. Het moet niet imago zijn dat ons stuurt in bedrijfskeuzes. Natuurlijk zullen onze eigen activiteiten veel koolstofefficiënter moeten worden. Ik ben er niet bang voor dat we daarvoor ook daadwerkelijk keuzes in onze portefeuille moeten maken. We moeten uitkomen op een portefeuille met activiteiten die passen bij de doelstelling dat ik met Shell absoluut wil voorlopen op het gemiddelde, zowel qua financiële prestaties als op milieugebied.’

Uw jaarlijkse kasstroom is al een tijd lang niet hoog genoeg om het dividend dat u aan aandeelhouders uitkeert te dekken. Als ik aandeelhouder zou zijn, zou ik het misschien wel verstandig vinden wanneer u in het huidige moeilijke marktklimaat het dividend tijdelijk zou verlagen, omdat dat de lange termijnvooruitzichten van het bedrijf ten goede komt. Waarom blijft u koste wat kost het dividend in stand houden en daarvoor geld lenen?

‘Simpel: u bent niet in de meerderheid. De meeste aandeelhouders denken er anders over. Die willen een stabiel dividend. We moeten gezien worden als betrouwbaar door onze aandeelhouders. Maar ze hebben twee zorgen: hoe kom je door de huidige moeilijke periode heen en kunnen we erop vertrouwen dat je ook doet wat je zegt. De snelste manier om dat vertrouwen te beschamen is door te zeggen: "weet je wat, ook al is het niet nodig, ik ga het dividend toch even terugschroeven".’

Laten we een klein gedachte-experiment doen. Shell halveert volgend jaar het dividend. Wat zou er dan gebeuren?

‘Eh, ik ga niet speculeren. Dan zullen we heel veel moeten uitleggen.’

Maar het is toch prima uit te leggen?

‘Ja, maar welk signaal geven we dan af? Dat we niet geloven dat we een vrije kasstroom van $20 mrd tot $30 mrd per jaar kunnen realiseren, zoals we hebben aangegeven? Ik heb dan toch geen probleem als mijn dividend maar $15 mrd is? En ik heb genoeg om te investeren. Wat overblijft bij een olieprijs van $60 per vat is meer dan voldoende om twee keer het dividend te dekken.’

De olieprijs staat nu op $ 47 per vat en u leent geld om dividend te betalen.

‘Klopt, maar wat is die moeilijke periode waar we doorheen moeten? Komt het omdat de olieprijs zo laag is? Neeuh, niet noodzakelijkerwijs. Als de olieprijs nooit meer boven $47 per vat uitkomt, dan gaan de kosten zover omlaag dat we ook bij $47 winst kunnen maken.’

Heeft de schalierevolutie in de VS ervoor gezorgd dat de olieprijs nooit meer naar de $ 100 per vat zal gaan? Is het zoeken naar nieuwe ‘dure’ olie minder noodzakelijk geworden door de schalierevolutie?

‘Nee, ik denk het niet. Schalie was een ‘gamechanger’, ja. Het heeft de huidige olie-overschotten veroorzaakt. Maar het is niet zo dat er twee keer zoveel olieaanbod was als we nodig hebben. Nee, er was op de piek slechts 2% teveel aan olie. Dat laat zien dat er maar een heel klein overschot nodig is om een enorme prijsreactie te krijgen. Datzelfde zal dus ook gelden voor een tekort. Toen de olieprijs boven de $100 per vat stond groeide het totale olieaanbod, inclusief schalie, met 1% per jaar. Het natuurlijke verval dat optreedt zodra een olie- of gasveld over zijn piek heen is, is circa 5%. Je zult dus meer olie nodig hebben dan alleen schalie om aan de wereldwijd nog altijd groeiende vraag naar olie te voldoen.’

Betekent dat ook dat u niet uitsluit dat Shell in de toekomst alsnog zal gaan boren in het Noordpoolgebied? U vertrok daar eind 2015 nadat proefboringen te weinig olie en gas opleverden. Het leidde tot een miljardenlast.

‘Ik denk dat we als samenleving uiteindelijk niet zullen ontkomen aan Arctische olie. Ongeveer 25% van alle olie en gas die nog gevonden moet worden, zal naar verwachting in het Noordpoolgebied gevonden moeten worden. Of we daar als Shell heel actief in moeten zijn, daar moeten we goed over nadenken. Ik denk dat onze prioriteiten op dit moment heel ergens anders liggen. We gaan in ieder geval niet terug naar Alaska.’

Shell wil weer meer gaan investeren in windenergie. U verloor de eerste tender voor het windpark op zee bij Borssele maar doet opnieuw mee in de tweede tender. Welke rol ziet u weggelegd voor Shell op het gebied van duurzame energie?

‘Door verdienmodellen te ontwikkelen die ingewikkelder zijn dan het produceren van olie en gas en dat in een schip te stoppen. Wij moeten ons geld niet verdienen met het ontwikkelen van een betere windturbine of zonnepaneel, ook al zeggen critici dat we daar research in moeten stoppen. Ik zie onze rol meer als een bedrijf dat met de technologie van anderen investeert en onderzoekt hoe we daar verdienmodellen bij kunnen ontwikkelen die weer investeringen aantrekken.’

Waar denkt u dan bijvoorbeeld aan?

‘Offshore-wind in Nederland. Ik zie een verdienmodel waarbij we windenergie bundelen met onze handelsactiviteiten en de stroom van windparken aanbieden op de markt en koppelen met gas voor energiecentrales, om een betrouwbare energieleverancier te kunnen zijn ook als er geen wind staat'

Is dat ook hoe Shell zijn windparken in de VS inzet?

‘We hebben een aantal windparken op land in de VS. Dat was lange tijd een relatief middelmatige business die nooit echt hard is gegroeid. Nu hebben we die windparken gekoppeld aan onze waterkrachtactiviteiten in de staat Washington en onze Amerikaanse handelstak. Daardoor zijn we nu de grootste handelaar in hernieuwbare elektriciteit in de VS. Met eigen windcapaciteit en een grote batterij van het stuwmeer kunnen we een energiedienst neerzetten die anderen niet hebben. Hebben we dat tien jaar geleden bedacht? Nee, natuurlijk niet. Daarom moeten we experimenteren en verdienmodellen uitkristalliseren die bij ons passen.’

Kunt u die rol spelen zonder zelf te participeren in windparken?

‘Moeilijker. We zullen moeten participeren met investeringen in de hele waardeketen. Het is nog niet met zekerheid te zeggen waar de meeste waarde zit over dertig jaar. We zullen daar jarenlang aan moeten werken.’

Loopt u niet al achter de feiten aan? Het Deense Dong Energy heeft meer ervaring, schaalgrootte en kan daardoor goedkoper bieden en aanbestedingen voor windparken winnen.

‘Ja, absoluut. In het verleden hebben we keuzes gemaakt. We zijn in zone-energie in- en weer uitgestapt, Met wind zijn we in- en gedeeltelijk weer uitgestapt. Daar hadden we beter niet kunnen uitstappen Heel veel mensen die toen voor ons werkten, waren absoluut de beste windontwikkelaars en werken nu bij Dong. Dat wil niet zeggen dat wij dezelfde positie hadden kunnen hebben, maar goed, bepaalde dingen doe je niet goed. Daar maak je verkeerde keuzes.’

Overweegt u in de toekomst overnames van windenergiebedrijven?

‘Mogelijkerwijs, ja. Ik wil niet aan de kant staan om te leren wat anderen doen en dan vervolgens op het juiste moment proberen in te stappen. Ik wil dat wij participeren. Maar dat zal niet direct op gigantisch grote schaal zijn, waarbij we van de ene op de andere dag op hetzelfde niveau zitten als met onze olie-, gas- of chemiebusiness. We zullen daar in moeten groeien, maar ik wil wel zo hard mogelijk groeien als zinvol is om in de tweede helft van deze eeuw het meest waardevolle bedrijf in onze sector te zijn.’