NRC Live - Klimaatbeheersing en energietransitie hebben diepe impact

Hoewel de term anders doet vermoeden, is ‘klimaatrisico’ niet perse alleen een milieuvraagstuk. Maatregelen om klimaatveranderingen in de grip te houden, hebben diepe systematische financiële, economische, sociale en technische implicaties. Voor de energietransitie van fossiele naar duurzame bronnen geldt dat evenzeer. Klimaatbeheersing is – kortom – geen bijzaak, luxe of speeltje, maar één van de belangrijkste kwesties van onze tijd en een harde noodzaak. En succes op de lange termijn vraagt meer transparantie en samenwerking rondom klimaatrisico’s en transitierisico’s van door bedrijven, financiële sectoren en overheden.

http://nrclive.nl/opinie_kieft/

NRC Live - Klimaatbeheersing en energietransitie hebben diepe impact

Door René van de Kieft

12 april 2016

 

Hoewel de term anders doet vermoeden, is ‘klimaatrisico’ niet perse alleen een milieuvraagstuk. Maatregelen om klimaatveranderingen in de grip te houden, hebben diepe systematische financiële, economische, sociale en technische implicaties. Voor de energietransitie van fossiele naar duurzame bronnen geldt dat evenzeer. Klimaatbeheersing is – kortom – geen bijzaak, luxe of speeltje, maar één van de belangrijkste kwesties van onze tijd en een harde noodzaak. En succes op de lange termijn vraagt meer transparantie en samenwerking rondom klimaatrisico’s en transitierisico’s van door bedrijven, financiële sectoren en overheden.

“Klimaatbeheersing is – kortom – geen bijzaak, luxe of speeltje, maar één van de belangrijkste kwesties van onze tijd en een harde noodzaak.”

Vorig jaar november werd een historische klimaatconferentie gehouden in Parijs. Wereldleiders, specialisten en investeerders spraken met elkaar af dat de opwarming van de aarde maximaal 2 graden mag bedragen. Die uitkomst wordt alom gezien als succes. Maar vooralsnog gaat het – hoewel diepgeworteld – om een intentie. Het ontwerp van maatregelen die daarbij horen en de executie ervan, zijn pas net op gang.

Het beperken van klimaatrisico’s leunt voor een groot deel op het succes van een wereldwijde energietransitie: van CO2-rijke naar schone bronnen. Die omslag heeft effect op vrijwel elke denkbare bedrijfstak en productieproces, op hoe wij als samenleving onze dagelijkse routines hebben ingericht, maar ook op wensen en verwachtingen als het gaat om rendement van investeringen en beleggingen.

“Het beperken van klimaatrisico’s leunt voor een groot deel op het succes van een wereldwijde energietransitie: van CO2-rijke naar schone bronnen.”

Als pensioenuitvoerder en beheerder van ruim €110 miljard pensioengeld uit de metaal- en maritieme sectoren, heeft MN haar stem kunnen laten klinken in Parijs. We hebben bijgedragen aan een fundamentele verandering in de toon van de conversatie: het gaat immers niet meer over OF we als wereldgemeenschap minder CO2-intensief moeten worden, maar vooral HOE.

Balans
De effectiviteit waarmee de energietransitie wordt gemanaged, bepaalt of de omslag een succes of mislukking wordt. Cruciaal is de afstemming tussen risico, rendement, tempo maar ook bijvoorbeeld de aanpak van werkgelegenheid en omscholing. Om de transitie goed te laten verlopen, moet er een scherp oog zijn voor de sociale en arbeidsmarktdimensie, zeker in een omgeving van lage economische groei. De omschakeling naar ‘duurzaam energiedenken’ moet dus een ‘inclusieve’ transitie zijn.

Als beleggingsbeheerder brengt MN de zogenoemde CO2-voetafdruk van de beleggingsportefeuilles in kaart. Dit gebeurt jaarlijks opnieuw. De pensioenfondsen willen de CO2-uitstoot van de bedrijven waarin wordt belegd immers actief verminderen. Zij zijn zich tegelijkertijd zeer bewust van de identiteit en rol van de eigen sector als het gaat om klimaatverandering: de metaalsectoren zijn immers nog niet de schoonste bedrijfstakken. Maar door dit actieve beleid geloven MN en haar opdrachtgevers dat de metaalsector juist het verschil kan maken als het gaat om nieuwe energietechnieken en andere – meer duurzame- manieren van werken.

“De pensioenfondsen willen de CO2-uitstoot van de bedrijven waarin wordt belegd immers actief verminderen.”

Dialoog
In kritische gevallen wordt niet direct gekozen voor uitsluiting, maar voor dialoog. ‘Veranderen doe je van binnenuit’, is daarbij het credo. De (op dit moment nog) carbon-intensieve bedrijven waarin wordt belegd, worden op die manier sterk aangemoedigd en begeleid om hun eigen klimaatstrategie te ontwikkelen en zo een bijdrage te leveren aan de toekomstbestendigheid van het. Dat vraagt om transparantie, het ontwikkelen van milieuvriendelijker methodes en het zoeken naar innovatieve, toekomstbestendige oplossingen. Deze stappen in de energietransitie gaan dus verder dan alleen reductiedoelstellingen. En dat deze aanpak werkt, is al meerdere malen gebleken. Zo is vorig jaar, mede doorgezamenlijke druk van institutionele investeerders Shell gestopt met olieboringen in de zee bij Alaska.

Diezelfde actieve rol hanteert MN als het gaat om het gebruik van fossiele brandstoffen. MN kiest ook hier om via een actieve dialoog de invloed als aandeelhouder aan te wenden. Doorgaans gaat het hier om een dialoogtraject van twee jaar. De omschakeling binnen bedrijven van een CO2-intensieve bedrijfsvoering naar een bedrijfsvoering die in lijn is met internationale klimaatafspraken, is daarbij het richtpunt. Overigens: dezelfde dialoog wordt ook gevoerd met externe vermogensbeheerders en wet- & regelgevers over klimaatbeleid.

Transparantie
MN is een institutionele investeerder. Daarom is het beheersen van het risico-rendement van de investeringsportefeuille onderdeel van de fiduciaire en bestuursverantwoordelijkheid. Om die reden heeft MN zich aangesloten bij het Platform Carbon Accounting Financials (PCAF). Deze Nederlandse groep financiële dienstverleners zet zich gezamenlijk in voor de verdere ontwikkeling van de meetmethoden van de klimaatimpact van hun investeringen en financieringen. Dit zorgt in de toekomst voor betere transparantie en vergelijkbaarheid van CO2 voetafdrukken van Nederlandse financiële instellingen.

De reden waarom de opdrachtgevers van MN, net als veel andere pensioenfondsen, nog altijd een relatief sterke positie hebben in fossiele energie, is dat zij in de basis ‘passieve beleggers’ zijn. Eén van de voordelen hiervan is het kunnen beperken van kosten. Als passieve aandelenbelegger volgt MN de aandelenindex (benchmark), en heeft zij zelf daarmee geen voorkeur voor een investering in bepaalde sectoren. In de reguliere indexen zijn ook fossiele sectoren opgenomen, en als gevolg daarvan belegt MN hier dus ook in. De directe beleggingen in (fossiele) grondstoffen zijn daarnaast minimaal.

Voorwaarden voor succes
In de kern is energietransitie als onderdeel van klimaatbeleid een realistische ambitie, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo is het belangrijk dat CO2 beter wordt ingeprijsd op het niveau van de kosten die deze vervuiling met zich meebrengt voor mens, maatschappij en economie. Het huidige Europese tarief van rond de €5 per ton is namelijk geen stimulans om het gedrag van marktpartijen te veranderen.

“In de kern is energietransitie als onderdeel van klimaatbeleid een realistische ambitie, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.”

Verder is meer transparantie nodig rondom klimaatrisico’s en transitierisico’s van zowel bedrijven, financiële sectoren en overheden. Nederland en de EU moeten een duidelijke visie formuleren hoe energietransitie ingevuld gaat worden, waar een voorspelbare uitvoering en duidelijke rapportage over voortgang in is ingebed.

Daar bovenop moet de financiële sector kiezen voor een eenduidige aanpak: een goede samenwerking met de toezichthouders, zodat het financiële toezicht inderdaad de lange termijninvesteringen in lijn met de energietransitie ondersteunt. Daartoe is een ‘beleidsconsistency check’ nodig. Verder zijn opleidingen en training voor nieuwe kennis en vaardigheden bij werknemers nodig. Klimaatverandering begint immers bij het individu: ieder van ons afzonderlijk, en vervolgens wij allemaal.