One World - Anderson: ‘Verban fossiele brandstoffen voor 2035’

Hoe blijven we ruim onder de twee graden uit het Parijse klimaatakkoord?

Nieuw onderzoek concludeert dat het verbruik van fossiele brandstoffen – inclusief aardgas – uiterlijk in 2035 volledig moet zijn stopgezet. Dat is noodzakelijk om ruim onder de twee graden uit het Parijse klimaatakkoord te blijven. OneWorld sprak met een van de onderzoekers, klimaatwetenschapper Kevin Anderson. 

https://www.oneworld.nl/duurzaamheid/fosiele-brandstoffen-verbannen/  

Maandag begon de VN-klimaattop in Bonn, waar wereldleiders de komende twee weken bijeen komen voor een nadere invulling van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Dat wordt nog een fikse klus. De voorgestelde maatregelen zijn namelijk ontoereikend. Erger: de doelstellingen uit het akkoord zijn sowieso niet voldoende om de temperatuurstijging onder de twee graden te houden.

Kevin Anderson en John Broderick van het Tyndall Centre for Climate Change Research gingen na hoeveel CO2 we nog mogen uitstoten om ‘ruim onder de twee graden’ te blijven. Hun onderzoek werd gefinancierd door milieuorganisatie Friends of the Earth, waar ook Milieudefensie onderdeel van is. De onderzoekers keken tevens naar de uitstoot van aardgas, dat soms aangeprezen wordt als ‘transitiebrandstof’ en als schoner alternatief voor kolen.

Anderson en Broderick concluderen dat het verbruik van fossiele brandstoffen – inclusief aardgas – uiterlijk in 2035 volledig moet zijn stopgezet. Daarnaast moet de EU de CO2-uitstoot elk jaar met twaalf procent verminderen, om de grens van twee graden uit het klimaatakkoord niet te overschrijden.

Deze maatregelen zijn veel ambitieuzer dan de doelstellingen van ‘Parijs’. Volgens dat akkoord hoeft de CO2-uitstoot pas vijftien jaar later, in 2050, nihil te zijn en mikt men op een vermindering van 49 procent in 2030, oftewel ongeveer vier procent per jaar. Maar momenteel daalt de uitstoot slechts 0,4 procent per jaar. We schieten dus grandioos tekort en dat is zacht gezegd zorgwekkend.

U concludeert dat de situatie slechter is dan ten tijde van het Parijse klimaatakkoord werd verondersteld. We moeten zodoende veel minder CO2 uitstoten willen we onder de mondiale temperatuurstijging van twee graden blijven. Wat is er aan de hand?
“De klimaatmodellen die ten grondslag lagen aan ‘Parijs’, waren een wanhopige poging om de gepermitteerde hoeveelheid CO2-uitstoot in te passen in het vertrouwde economische model. Die klimaatmodellen, die in 1990 nog rekening hielden met een fors CO2-budget, zijn verworden tot een soort collectieve waan.

Elk jaar weer werd het lastiger om de afbouw van CO2-uitstoot te rijmen met de manier waarop onze samenleving functioneert. Wetenschappers verzonnen allerlei exotische oplossingen om de exorbitante uitstoot van CO2 – die onlosmakelijk verbonden is met onze drang naar constante economische groei – te rechtvaardigen.

Veel klimaatwetenschappers wisten dat wel, en hun zwijgen legitimeerde de ondoorgrondelijke klimaatmodellen die nu onderdeel van het probleem zijn geworden. Ze hoopten zo in gesprek te kunnen blijven met de politiek, maar met de huidige klimaatmodellen proberen we de natuur in de maling te nemen, en dat kunnen we nooit volhouden.”

U stelt dat we de nadruk moeten leggen op een carbon budget (CO2-budget), in plaats van op doelstellingen voor 2030 of 2050, zoals Parijs doet. Waarom?
“De totale hoeveelheid CO2 in de atmosfeer hangt nauw samen met de mondiale temperatuur, en levert daarom de beste graadmeter voor de temperatuurstijging. Een carbon budget helpt ons daarom in te schatten wat de klimatologische gevolgen van CO2-uitstoot zullen zijn. Daarnaast is het een inzichtelijk instrument: stel je voor dat je drie dagen nadat je je maandsalaris binnen hebt, alweer bijna zonder geld zit. In die situatie zitten wij nu met ons CO2-budget.

Bovendien: als we alleen de nadruk leggen op de vermindering van onze eigen uitstoot – in 2030 of 2050, en ten opzichte van 1990 –, zegt dat niets over de totale hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Zo’n lange-termijnbenadering heeft dus geen goede basis. Met een CO2-budget daarentegen kun je heel precies bepalen wat je nu nog kunt spenderen. Bedenk ook dat naarmate we effectieve maatregelen langer uitstellen, de stappen in de toekomst des te ingrijpender moeten zijn. We zijn al sinds 1990 aan het pappen en nathouden, en daar mag de jonge generatie zich behoorlijk boos over maken.”

U stelt dat minder ontwikkelde landen – waaronder China – eerlijkheidshalve ongeveer 98 procent van het resterende CO2-budget zou moeten toevallen. Dan blijft er bar weinig over voor ‘ontwikkelde’ landen zoals Nederland.
“Het is de enige billijke oplossing. De minder ontwikkelde landen hebben veel energie nodig om tot technologische en infrastructurele wasdom te komen. Dat zal resulteren in een flinke hoeveelheid CO2-uitstoot. Die kans en die energie hebben ontwikkelde landen al verbruikt.

Wij gaan in ons onderzoek uit van een best-case scenario waarin de CO2-uitstoot van minder ontwikkelde landen binnen vijf jaar zal pieken, waarna ze – evenals de ontwikkelde landen – hun uitstoot snel zullen afbouwen. Alleen dan maken we nog kans om onder de tweegradengrens te blijven. In China is de CO2-uitstoot bijvoorbeeld al aan het afvlakken; hoe de CO2-uitstoot daar verder verloopt, is cruciaal om het Parijsakkoord te halen.”

China komt steeds moeilijker aan olie, doordat het alle makkelijk toegankelijke bronnen in eigen land bijna heeft uitgeput, en duurzame energie kan de afbouw van fossiele brandstof nog onvoldoende compenseren. Er ontstaat zo een tekort aan energie.
“We gaan over het algemeen erg inefficiënt om met energie. De Chinese cultuur heeft veel westerse praktijken overgenomen, waaronder het massale gebruik van vervuilende brandstofauto’s. Daarnaast is hun economie nog steeds sterk afhankelijk van productie, wat veel energie vergt. Maar een verschil met het Westen – en dat is wellicht een van de weinige voordelen van een autoritair regime – is dat China een grootse en ingrijpende maatschappelijke omzwaai erdoorheen kan drukken, zonder instemming van het volk af te hoeven wachten.”

Wat vindt u van de oplossing om in te zetten op CO2-afvang en -opslag (CCS)?
“Voor de industrie is CCS prima, en CO2 afvangen is bitter nodig. Maar voor de energiesector als geheel zou het een grove fout zijn. We hebben het immers over een technologie die nog nooit op grote schaal is ingezet. Dat maakt CSS tot een tamelijk grote gok, er kleven teveel technologische en economische onzekerheden aan.

Als ingenieur vind ik CCS vooral ontzettend omslachtig en achterhaald. We moeten minder CO2 uitstoten, maar met CSS laat je juist die uitstoot ongemoeid. Mocht het achteraf niet blijken te werken, dan stevenen we alsnog af op een temperatuurstijging van drie tot vijf graden. CCS vormt daarom een serieus risico.”

U bepleit het gebruik van aardgas na 2035 te staken. Aardgas is dus geen transitiebrandstof?
“Absoluut niet! Aardgas is rijk aan CO2 en de verbranding ervan zorgt zodoende voor een forse uitstoot. Daarnaast lekken de gaspijpleidingen methaan, een uiterst potent broeikasgas, ongeveer 34 keer zo sterk als CO2. Import van aardgas in Nederland bijvoorbeeld – na de afbouw van de gaswinning in het noorden van het land – is dus geen oplossing. Zet Nederland daar toch op in, dan verloochent het land het Parijsakkoord.”

Waar ziet u wel kansen in?
“Er gaat nu veel aandacht uit naar het verduurzamen van elektriciteit, terwijl die nog maar twintig procent uitmaakt van de totale energievraag. De meeste energie gebruiken we voor brandstof. We moeten manieren vinden om de transportsector en de industrie te elektrificeren; dat zou enorm schelen.

Ten tweede kunnen we de efficiëntie maximaliseren. Van koelkasten tot televisietoestellen, noem het maar op, alles moet zo energiezuinig mogelijk zijn. De overheid kan strengere zuinigheidsstandaarden aan de markt opleggen; dat zou een duidelijk signaal zijn voor producenten.

Ten derde moeten we beseffen dat tien procent van de wereld momenteel liefst de helft van de CO2-uitstoot voor zijn rekening neemt. Als die tien procent voortaan evenveel zou uitstoten als de gemiddelde Europeaan, zou de mondiale CO2-uitstoot meteen met een derde verminderen. Want waar bestaat die tien procent uit? Uit klimaatwetenschappers zoals ikzelf, die van hot naar her vliegen voor conferenties; uit beleidsmakers, en uit frequent flyers, onder anderen. Deze mensen bekleden vaak leidinggevende functies, zij kunnen het goede voorbeeld geven en hun vervuilende gedrag aan banden leggen. Ze kunnen een katalysator zijn voor systeemverandering.”