One World - Creatief Nederlands design spoort de energietransitie aan

Een greep uit de Nederlandse ontwerpen voor de Clean Energy Challenge. Woensdag roept internationaal designplatform What Design Can Do de winnaars uit van de Clean Energy Challenge in Pakhuis de Zwijger. We lichten drie projecten uit van Nederlandse bodem: Super Power, Living Light en Amsterdam Drops.

Bron: One World

Super Power

Super Power is een initiatief van de Delftse studenten Bob Hendrikx en Rick Vleghert. De masterstudenten Architectural Engineering zagen dat alle oplossingen en technieken voor duurzame energievoorziening van huishoudens voorhanden zijn, maar dat het voor veel mensen te duur en te ingewikkeld is, en te veel moeite kost om het eigen huis ook daadwerkelijk aan te pakken. Het gaat dan om zelfvoorziening qua energie – dus om zonnepanelen, warmtepompen, eventueel aangepaste radiatoren – en om apparatuur – dus van een zuinige koelkast en wasmachine tot ledlampen.

Hendrikx, die voor zijn andere project The Motown Movement twee keer in De Duurzame Jonge 100 stond, vertelt: “Bij Super Power sluit je een woonabonnement af. In plaats van een grote, eenmalige investering te doen betaal je een vast bedrag per maand voor een abonnement op warm water, warmte en stroom.” Hij noemt het ‘energy as a service’, passend in een lease-economie, voorbij het idee van bezit.

Producenten blijven eigenaar van de producten die ze maken, waardoor ze een stimulans hebben om die producten een zo lang mogelijke levensduur te geven, een voorwaarde voor duurzaamheid. “Nu gooien producenten maar producten de wereld in en is het niet hun probleem wat er daarna mee gebeurt. Zie al het afval dat onze lineaire economie genereert. Als producenten eigenaar blijven, moet ook nagedacht zijn over wat er gebeurt met de verschillende onderdelen en materialen aan het einde van de levensduur.” Circulaire economie en energietransitie in één dus.

De studenten van Super Power komen thuis langs om te bekijken wat een huis nodig heeft, sluiten een maandelijks opzegbaar contract en komen de boel installeren. Als er iets niet naar behoren werkt, komen ze het repareren. De klanten hoeven zelf dus geen helder licht te zijn op het gebied van techniek en energie. Super Powers eerste klanten zullen mensen zijn met huizen vanaf energielabel B—goed geïsoleerde huizen dus, want anders valt er niet tegenop te stoken. Later zouden de studenten ook wel willen kijken of ze isolering van een huis ook in het pakket kunnen stoppen.

De eerste klanten zijn al binnen, waaronder de ouders van Hendrikx. “We zijn nu met eventuele partners aan het praten. Met de producenten van zonnepanelen, warmtepompen, huishoudelijke apparatuur. Dat gaat de goede kant op. Zodra het met hen rond is starten we een pilot met waarschijnlijk vijf huishoudens. Super Power is er zodat mensen niet bij al die producenten een apart abonnement hoeven af te sluiten, maar dat je het gemak hebt van één woonabonnement. In de toekomst zou dit zelfs uitgebreid kunnen worden naar de hele inrichting. Living as a service.”

Living Light

Een plant en een lamp ineen, letterlijk: levend licht. Karlijn Arts van Living Light vertelt: “We willen meer groen naar de stad, en meer groen in huis halen. We werken samen met de levende natuur om energie te genereren, in plaats van bijvoorbeeld regenwoud te verbranden als eenmalige energiebron. De energie van de plant zetten wij om in licht zodat het ons laat nadenken over de rol van de natuur in onze versteende omgeving. En in een tijd van klimaatverandering proberen we een klein beetje natuur te redden door haar weer economische waarde te geven.”

Ontwerpster Ermi van Oers bedacht samen met het Wageningse Plant-e een manier om energie van planten om te zetten in levend licht voor binnen en buiten, gebruikmakend van de ‘Microbial Fuel Cell’-technologie. De technologie werkt als volgt: dankzij het fotosyntheseproces van planten en bomen worden er organische componenten gemaakt. Deze worden door de wortels van de plant in de grond geduwd, waar natuurlijke bacteriën zijn die deze componenten als het ware opeten. Vervolgens duwen deze bacteriën protonen en elektronen van hun lichaam af. Deze protonen en elektronen worden door een aangebracht bed van speciale cellen omgezet naar energie. Zo’n celbed kan worden aangebracht onder elke plant of boom.

‘Chief of everything’ Arts legt uit: “Het is een bestaande technologie. In het laboratorium is al zoveel mogelijk. Nu hebben we er echt een product van gemaakt dat impact kan maken. We willen met de technologie naar buiten treden. Met design laten we ook zien waar de natuur allemaal toe in staat is.”

De variant voor binnen is een glazen, half open pot met een plant erin en een cirkel van LED-lichtjes eromheen. Geen stekker, geen draden, geen batterij. En geen schakelaar: de lampjes gaan aan als je de plant aanraakt. Als de plant overdag op een zonnige plek in huis staat, brandt-ie ’s avonds een uur.

De designlamp kost 1.500 euro. De eerste vijftig zijn in de maak, en al op voorhand verkocht. Arts: “Dit is de eerste partij. De lamp functioneert naar behoren, het is een prachtige designlamp. Maar aangezien je samenwerkt met de natuur is het een flinke uitdaging. We willen de techniek verbeteren. Uiteindelijk zou het bijvoorbeeld mooi zijn als hij bijvoorbeeld langer kan branden.”

Voor de buitentoepassing is het team van Living Light in gesprek met de gemeente Rotterdam. De stad wil een nieuw park aanleggen met de technologie onder de planten. Het team werkt aan een toekomst waar bomen langs de weg kunnen functioneren als lantaarnpalen, en de struiken in het park kunnen de paden verlichten.

En als je de plant dood laat gaan? Arts: “Je moet hem wel goed verzorgen, maar de Living Light is zo gebruiksvriendelijk mogelijk gemaakt. Door het waterbassin onder de plant hebben de planten maar eens in de twee weken water nodig. En die willen we ook bouwen onder de buitenmodules. Als de plant toch doodgaat, kun je hem inderdaad vervangen. Het duurt dan eventjes voordat de techniek weer helemaal werkt.”

Amsterdam Drops

De Drop, een soort mechanische batterij gebaseerd op zwaartekracht, moet straks aan de traditionele Amsterdamse hijsbalk komen te hangen. De spoel heeft als functie om te veel opgewekte energie op te vangen, zoals energie van zonnepanelen op een zonnige dag. Een zuinig elektromotortje trekt hem omhoog, en bij het omhoog hijsen slaat hij de energie op voor later gebruik. Wanneer de Drop zakt, geeft hij de energie vrij, bijvoorbeeld om ’s avonds lantaarnpalen te laten branden. Het is het klassieke principe van kinetische energie.

Ontwerpers Floris Schoonderbeek en Maarten Verweij werken in een collectief van ontwerpers die techniek en design toepassen op onze hedendaagse klimaatuitdagingen. Zo is Amsterdam Drops een antwoord op de uitdaging om schone energie goed op te slaan. Schoonderbeek: “We gingen echt aan de slag met de vraag die vanuit de Clean Energy Challenge is opgeworpen: hoe kunnen we voldoen aan een toenemende energievraag, in een stedelijke omgeving met veel beperkingen, zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen? De Drop kan een schakel zijn in het Amsterdamse energievraagstuk. En in het geval van een stroomstoring, zoals laatst gebeurde in Amsterdam, kun je zelf stroom opwekken door de Drop handmatig omhoog te hijsen.”

Verweij vult aan: “Het is eigenlijk back to the future. De functie van de hijsbalken is verloren gegaan; in de zeventiende eeuw waren ze onmisbaar voor de opslag van goederen op de zolders van de grachtenpanden. We maken gebruik van dit historische element voor het energievraagstuk van nu. En het is niet alleen bottom-up energieopslag, maar kan tevens functioneren als mooi visitekaartje voor Amsterdam als duurzame stad. Het ontwerp laten we reageren op ruimtelijke kwaliteiten van een gebouw, wijk of straat. Wij denken dat elke buurt zijn eigen typische Drop moet krijgen.”

De ontwerpers werken momenteel aan een technisch prototype. Voor de uiteindelijke toepassing aan de gevel zullen de ontwerpers in gesprek gaan met verschillende potentiële geïnteresseerden, zoals huiseigenaren, de gemeente, woningcorporaties en energiemaatschappijen. De hijsbalk is ook gemeengoed. Dus de energie delen of voor de buurt gebruiken ligt het meest voor de hand. Schoonderbeek: “De eerste Drop kan uiteindelijk ook op de Zuidas komen te hangen, of in een andere stad. Dan krijgt het principe een heel andere vorm. Amsterdam Drops kan het begin zijn van verschillende op zwaartekracht gebaseerde batterijen, speciaal ontworpen voor stedelijke gebieden.”