One World - De nieuwe samenwoners, duurzame én sociale woonvormen

Op steeds meer plekken verschijnen woonvormen waarin bewoners zeggenschap hebben over de bouw, voorzieningen delen, voor elkaar zorgen en zo duurzaam mogelijk leven. Deze collectieven hebben genoeg van het isolement en het individualisme van de stad. Er zit hier van alles. Van compromisloze idealisten tot rasopportunisten.” Kunstenaar Frode Bolhuis, Oosterwold-bewoner van het eerste uur, typeert zijn medepioniers van de inmiddels befaamde zelfbouw-utopie in de polder. De gemeente Almere stelt hier geen eisen aan de architectuur en laat ook verder alles aan de zelfbouwers over – tot aanleg en onderhoud van de ontsluitende wegen aan toe. En dat is te zien aan de bonte verscheidenheid bouwsels die hier ontstaat.

https://www.oneworld.nl/duurzaamheid/de-nieuwe-samenwoners/

Helemaal achterin de Emile Durkheimweg, waar de eerste woningen werden gebouwd, zitten de meest bevlogen Oosterwolders. Een gefiguurzaagd bordje ‘Ubuntulaan’ getuigt daar van. Bolhuis’ buurman bijvoorbeeld is al drie jaar bezig een earthship op te trekken uit afval. Door het afschermende landbouwplastic vang je een glimp op van de buitenmuren, een opstapeling van autobanden. Meer naar het begin werden kopers soms door de lage grondprijs aangetrokken, en daar zie je dan ook menige nepboerderij verrijzen.

Wat verder opvalt: de kaalheid, zeker nu in de winter, die scherp contrasteert met de lommerrijke lusthoven die websites met ‘tiny houses in de groene weelde van Oosterwold’ beloven. Bolhuis schrok er niet van. “Ik ben in Almere opgegroeid en wist dat dit een kleiige akker was. Ik houd juist wel van het weidse.” Hij zocht met zijn project Bosveld wel de groene rand van Oosterwold op, die grenst aan het Kathedralenbos.

Sociale idylle

Waar de meesten op Oosterwold hun eigen, individuele kavel koesteren, bestaat Bosveld uit een grote houten doos met negen rijtjeshuizen op een lap grond van elfduizend vierkante meter. Er zijn twee types, van 120 en 160 vierkante meter. Het groepsgebouw verrees uit een mengeling van idealistische en financiële overwegingen, zegt Bolhuis.

“Ik zocht naar een plek waar ik mijn atelier en woonruimte kon combineren, en die toch betaalbaar was. Zo’n blok van buiten identieke huizen maakt het heel voordelig. Ik heb het project ontwikkeld samen met de architecten en had tot aan de bouw de leiding. Ik had geen idylle voor ogen. Maar het sociale aspect is veel belangrijker geworden dan ik van tevoren verwachtte. Het leven hier is veel rijker geworden. Ik woon tussen mijn twee beste vrienden in. We passen op bij elkaar en brengen elkaars kinderen naar school. De deur staat altijd open, we lopen zo bij elkaar binnen. Ik heb er familie bijgekregen.”

In Oosterwold zijn geen gas- en warmtenetten aangelegd. De elektriciteit komt grotendeels van eigen zonnepanelen, verwarmen doe je naar eigen keuze. “Wij hebben een lucht/water-warmtepomp. De buren verderop hebben geïnvesteerd in een grond-warmtepomp. Die is duurder in aanschaf, maar vraagt veel minder elektriciteit. Onze directe buren verwarmen met een houtkachel.”

Het groepsproces vraagt veel tijd. Het aanleggen van de gemeenschappelijke tuin was vooral tijdrovend. De gemeente verlangt dat minimaal de helft van een woonkavel voor ‘stadslandbouw’ wordt gereserveerd. Maar daarmee zijn niet alle discussie beslecht. Moet er stevige productie worden gedraaid of moet de tuin er vooral mooi uitzien? Voor wiens huis komt de schuur met gereedschap? “Hoe neem je met zo’n groep beslissingen? Wij gebruikten de methode van gedragen besluitvorming, waarbij je bijna consensus bereikt. Het kostte ons twee jaar, maar we zijn eruit gekomen.”

Hakken in het zand

Het project van Mireille Capiau en Daniël Bakker moet nog van de tekentafel komen. Maar Wij_land, de naam zegt het al, moet vanaf het begin nog meer gemeenschappelijks herbergen dan Bosveld. Wij_land won een pitch voor een gebouw voor 26 huishoudens op een kavel in Blok 10 van het nieuwe Centrumeiland bij IJburg. Het Wij_landplan voorziet in een gemeenschappelijke daktuin, een kas op het dak, gezamenlijke logeer- en klusruimte, en een grote gemeenschappelijke ruimte op de begane grond die ook verhuurd kan worden. Er zijn ideeën voor het delen van elektrische auto’s en fietsen, gemeenschappelijke wasmachines, een no-food waste fridge, en de opzet van een voedselcoöperatie. “Ik woon nu in een appartementencomplex bij Sloterdijk met 128 units. Ik ken alleen mijn buurman”, zegt Daniël Bakker, in het dagelijks leven architect. “Die anonimiteit wil ik niet meer. En veel van je spullen kun je delen. We zijn obees geworden. Veel ruimte stouw je vol met troep.”

Daarnaast is Wij_land een experiment in het duurzaam zelf doen. De gemeente Amsterdam bestemde een deel van Centrum-eiland voor CPO’s, collectief particulier opdrachtgeverschap. Dat betekent dat je als groep zelf de grond bezit en zelf ontwikkelt, zonder projectontwikkelaar. Het resulteert in optimale zeggenschap over je leefomgeving, maar vraagt ook veel tijd, energie en risico’s. Capiau: “Met name in de beginfase, als je nog met een klein groepje bent, moet je veel cash inleggen. Het is dan verleidelijk een financier te zoeken. Maar die wil ook zeggenschap. We zien regelmatig dit soort constructies ontstaan, onder het mom van een CPO, maar in feite is het gewoon een nieuwbouwproject. Wij hebben onze hakken in het zand gezet en wilden een pure CPO blijven.”

Wat duurzaamheid betreft zoekt Wij_land bewust niet het experiment op. De verwarming op heel Centrumeiland komt van een systeem van warmte-koudeopslag dat tweehonderd meter diep de grond ingaat en precies onder het Wij_land-kavel ligt. En het gebouw zelf is energieneutraal mede dankzij driehonderd vierkante meter zonnepanelen op het dak. Dat is netjes, maar niet heel bijzonder. “En we willen elkaar niet de maat nemen: ‘Loop je alweer met een plastic tasje?’”

Maar als nieuwe woonvorm wil de Wij_landgroep wel graag een voorbeeldproject zijn. Bakker: “Bij ons maken de kopers van de grote appartementen het mogelijk dat mensen met minder geld de kleine appartementen kopen en zij betalen ook meer aan de gemeenschappelijke ruimtes. Dat Robin Hood-idee zorgt ervoor dat duurzaam en sociaal wonen betaalbaar blijft, en niet alleen voorbehouden is aan de rijken.”

Wat Bakker en Capiau wel merken: het hele traject vergt een lange adem, die niet iedereen bezit. Tussen de eerste plannen en de verwachte oplevering van Wij_land eind 2020 zitten bijna vier jaren. “In het begin waren er gezinnen met kinderen in de groep met acuut ruimtetekort. Die hebben vaak al iets anders gevonden. Nu hebben we veel eenoudergezinnen en alleenstaanden. ”

Betaalbare utopie

Veel vormen van collectieve zelfbouw blijven voorbehouden aan mensen met een goed inkomen en flink wat eigen geld, concludeert Stephanie Zeulevoet in haar masterscriptie Bouwkunde aan de TU Delft. Vooral voor CPO’s, ook de idealistische, geldt dit omdat daarbij een grote inleg nodig is. “Bij de start is betaalbaarheid vaak wel een belangrijk criterium. Maar bij de verkoop na een aantal jaren komen die woningen op de ‘gewone’ woonmarkt en zijn ze voor mensen met een lager inkomen of starters onbereikbaar.”

De zogenoemde wooncoöperatie, een huurderscollectief waarbij je opvolger nog vergelijkbare huur betaalt als jij, vindt ze daarom een interessante ontwikkeling. Met name Zwitserland kent veel van dit soort coöperaties. In een stad als Zurich is een vijfde van de huizenvoorraad in handen van wooncoöperaties. Zeulevoet werkt als architect en onderzoeker in het programma ‘Samen Wonen, Samen Onderzoeken’ van de TU Delft en wil de ontwikkeling van De Warren, de eerste zelfbouw-wooncoöperatie, gaan volgen.

In hetzelfde blok als Wij_land wil Chandar van der Zande met medestanders een duurzame, creatieve en sociale utopie realiseren: ‘wooncoöperatie’ De Warren die 36 woningen voor sociale en middenhuur gaat bouwen. Ook anderhalf jaar na de toewijzing van de kavel en met het definitief ontwerp bijna af, komt De Warren nog dicht in de buurt van ieders dromen, zegt hij. “We wilden aan het water wonen, in de stad, maar met de natuur om de hoek. We wilden houtbouw, ook al is dat duurder, met een groene gevel zodat we ruimte geven aan insecten, vogels en vleermuizen. We wilden er zo duurzaam mogelijk leven, dus inzetten op gedragsverandering van de bewoners en ze feedback geven op hun energiegebruik. En veel gemeenschappelijke voorzieningen creëren: gezamenlijke keukens, een yoga-ruimte, co-working space, muziekstudio, gezamenlijk dakterras. Tot nu toe kunnen we daar nog steeds aan vasthouden.”

Voorbeeldproject

De initiatiefnemers van de Warren kennen elkaar al van het circulaire broedplaatsproject De Ceuvel. “We hebben veel vertrouwen in elkaar en bezitten al ruime ervaring met vormen van collectief wonen. Dat is nodig, want we gaan een pittige periode tegemoet. Samen zijn we gedreven door het idee een andere werkelijkheid te scheppen.”

Dr. Darinka Czischke spreekt als onderzoeksleider aan de TU Delft van de ‘comeback van samenwonen’ in Europa. “Ik doe vergelijkend Europees onderzoek en wil weten hoe je deze woonvormen kunt bevorderen.” In Nederland mag je pas sinds 2015 een eigen wooncoöperatie beginnen en wij liggen dus achter op landen als Denemarken en Zweden. De beweging die nu ontstaat, komt van onderop, zegt ze, als antwoord op grootstedelijke problemen als anonimiteit, eenzaamheid en een vastzittende woningmarkt. Daarnaast zit er een sterke push richting duurzaamheid achter. “In vormen van collectieve zelfbouw kun je je huis meteen volledig duurzaam bouwen, en voorzieningen delen zoals de keuken en de wasmachine.” Die sociale en duurzame motivatie zie je bij hoogopgeleide jongeren en ouderen, aldus Czischke. “Veel babyboomers zijn opgegroeid in een tijd van experimenten met collectief wonen, in de jaren ’70. Daarna vormden ze een standaard gezin, maar als de kinderen het huis uit gaan, zoeken ze weer naar gezamenlijkheid.”

Bijna meer nog dan Wij_land moet De Warren een voorbeeldproject worden ‘voor toekomstige Amsterdammers’ en een ‘living lab van stedelijke innovatie’. De wooncoöperatievorm past daar prima bij, meent Van der Zande. “Huurders zijn minder met hun individuele belangetje bezig dan kopers. In veel CPO-projecten heeft degene met de grootste mond het voor het zeggen en zitten architecten met de handen in het haar.”

De gemeente Amsterdam en onderzoekers van de TU Delft zien veel potentie in De Warren. Half februari zal de campagne voor crowdlending van start gaan, waarbij de investeerder ‘een nette rente’ en sociaal en ecologisch rendement voor de maatschappij’ tegemoet kan zien.

Frode Bolhuis van Bosveld kan Chandar van der Zande alvast waarschuwen: de aanvragen voor rondleidingen en interviews worden overstelpend. “Interviews geef ik al nauwelijks meer. De gemeente Almere komt hier graag langs met bezoekers. Voor hen zit er iets heel charmants aan dat je het als groep met elkaar probeert.”