One World - Een bakkie zuivere koffie graag

rijwel elk verhaal over het ontstaan van koffie begint met de legende van de Ethiopische geitenhoeder Kaldi, die op een ochtend zijn geitjes uit het oog verloor en ze dansend terugvond. Wat bleek? Ze hadden van onbekende rode bessen gegeten. Kaldi proefde ervan, vond ze zo vies dat hij ze in het vuur uitspuwde, waar toen een heerlijke geur uit opsteeg. Hij maakte een brouwsel, dronk het op en voelde zich geweldig.

Bron: One World

Jaren later zijn miljoenen mensen dagelijks op zoek naar hun eigen Kaldi-moment. Steeds meer zelfs: het aantal koffiedrinkers neemt rap toe. Zo zag in China, toch een theedrinkende natie bij uitstek, in 2017 ’s werelds grootste Starbucks-vestiging het levenslicht. Als we op deze schaal blijven consumeren, is in 2050 de koffie op, bleek uit de Coffee Barometer van 2018. Een aantal ngo’s (waaronder Hivos en Solidaridad) publiceren dit overzicht om de vier jaar. De mondiale koffieomzet ligt rond 170 miljard euro; 10 procent komt ten goede aan de producerende landen, staat in de Barometer. Daaruit blijkt dat het inkomen van veel koffietelers ver onder de armoedegrens ligt.

Daar hebben we toch keurmerken voor?

Die oneerlijke beloning wil geen consument op zijn geweten hebben. Met certificering geven koffieondernemingen daarom aan wat ze voor boeren doen en of ze duurzaam produceren. Rainforest Alliance is zo’n keurmerk, in 1987 in New York opgericht. Het fuseerde in 2018 met het Nederlandse UTZ, dat in 2002 in het leven werd geroepen door Ahold en een koffieproducent in Guatemala. Het Nederlandse Fairtrade-Max Havelaar bestaat sinds 1988 (Solidaridad was destijds medeoprichter).

Eind vorig jaar bleek uit een rapport onderzoeksbureau SOMO echter dat de verschillen tussen plantages die wel-en niet gecertificeerd zijn, vaak te verwaarlozen zijn. Persvoorlichter van Solidaridad Bram Verkerke: “Die predicaten zijn mooi, maar niet de remedie voor de problemen die er nu zijn. Er voltrekt zich een stille ramp onder koffieboeren.”

Koffie: hoe werkt de teelt? 

Koffie is plantkundig gezien geen boon maar een steenvrucht, net als de kers, pruim of olijf. Het duurt gemiddeld drie jaar tot een koffiebes rijp is. Na de koffiebes-oogst verwijder je de buitenste laag. Eén bes bestaat uit twee halve zaden: groene koffiebonen. Die haal je eruit door te wassen, te fermenteren en drogen, of in de zon te laten drogen. Daarna brand je de bonen.

Arabica of robusta

Veel koffieplantensoorten zijn afkomstig uit Afrika. Kaldi vond daar de bessen van de coffea arabica, de meest verhandelde koffiesoort. De coffea canephora (ook wel coffea robusta) is het minder populaire en bittere broertje dat vooral in oploskoffie belandt. Deze soort is minder gevoelig voor plantenziektes dan de arabica, en heeft minder bestrijdingsmiddelen nodig. Tegenwoordig zijn goedkope koffies vaak een mengsel (blend) van arabica en robusta.

Gezondheid

Nederlanders drinken volgens het RIVM (het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) gemiddeld vier kopjes koffie per dag. Eén kopje bevat 50 tot 150 mg cafeïne. Gezonde volwassenen kunnen zo’n 400 mg cafeïne per dag innemen zonder negatieve gevolgen, volgens verslavingsinstantie Jellinek. Volgens het Diabetesfonds hebben mensen die dagelijks vier tot zes kopjes (zonder suiker) drinken minder kans op diabetes type 2. Volgens het Voedingscentrum is filterkoffie beter voor het cholesterolgehalte dan espresso.

Koffie en klimaatverandering: hoe zit dat?

De grootste koffieproducerende landen zijn Brazilië, Vietnam, Colombia en Indonesië. Daarna volgt Ethiopië en een aantal kleinere producenten. Koffie gedijt goed rond de evenaar. Een briesje vinden de planten fijn, ze blieven ook neerslag, maar niet te veel. Het is geen makkelijk te telen gewas: arabica en robusta verdragen geen volle zon, houden niet van vorst en willen een temperatuur tussen de 18 en 22 graden. Daarboven komen de bessen te snel tot wasdom, met slechte koffie tot gevolg. Boeren hebben dus direct last van de stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering.

Door klimaatverandering zijn de arabica-planten bovendien extra gevoelig voor ziekten en schimmels: de regen is heviger dan vroeger, de zon schijnt feller. Boeren trekken naar hoger gelegen gebieden om op verse grond te telen, met ontbossing tot gevolg. Andere teeltmethoden zijn nodig, net als nieuwe koffiesoorten en nieuwe bomen (die het grondwater langer vasthouden). Dat vraagt om grote investeringen.

Grote producenten of liever kleine branders?

Twee spelers bepalen de prijzen van de wereldmarkt, laat de koffiebarometer zien. Zij hebben de afgelopen jaren talloze bedrijven overgenomen. JAB Holding, een Duitse investeringsmaatschappij die onder meer in 2013 onze Douwe Egberts overnam, werd in 2015 samengevoegd met het Duitse merk Jacobs. Nestlé is de andere partij – op afstand gevolgd door de derde speler: Lavazza. De koffie van deze giganten (onder hen zowel koffiebranders als handelaren in groene bonen) wordt gemengd: die kan overal vandaan komen. De smaak is constant. Vlak, zeggen barista’s, maar de consument weet wat hij krijgt met deze blends.

Misschien is daardoor de opmars van kleinere merken met single origins (bonen van één soort) en de enorme toename in coffeeshops met barista’s te verklaren: de consument heeft behoefte aan speciale smaken. Kleine onafhankelijke branders zijn in opkomst, er zijn er ongeveer honderd in Nederland. De klant wil weten wie zijn koffie levert en wil daarvoor best meer betalen.

Daniel Martz (53), directeur van Global Corporate Affairs van Jacobs Douwe Egberts (JDE, zoals het bedrijf tegenwoordig heet): “Wat de klant wil is vaak moeilijk te voorspellen. Hun voorkeuren evolueren voortdurend.” Hij erkent dat veel boeren in moeilijke omstandigheden leven. “Kleine boeren in Uganda zijn vaak slechter af dan die in Brazilië of Vietnam, die efficiënter en op veel grotere schaal werken. De kleintjes moeten hard vechten om de grote bedrijven te verslaan.”

Zou een minimumprijs de oplossing zijn? “Daar is in het verleden naar gekeken, maar uiteindelijk zou de overheid daartoe moeten oproepen. Lage prijzen helpen niemand”, zegt Martz. “Er is nu gewoon veel koffie op de open grondstoffenmarkt. Door dat overaanbod daalt de eenheidsprijs.” Om boeren op langere termijn te ondersteunen, heeft JDE onder meer het Common Grounds-project gelanceerd: waarmee 280 duizend boeren in twaalf landen worden ondersteund, het streven is naar een half miljoen in 2025.

Bij welke merken heeft de boer het het best?

Merken als Peeze, Hesselink (voor bedrijven en horeca) en Fairtrade Original maken werk van eerlijke koffie. Zij scoren hoog op duurzaamheid op de vergelijkingssite Rank a Brand, maar wat is dat waard als boeren sterven van de honger voor onze koffie?

Misschien bieden deze drie Nederlandse ondernemingen hoop: Pure Africa, Moyee en This Side Up. Alle drie betrekken hun waar rechtstreeks bij boerencoöperaties en proberen zo de leefomstandigheden van de boeren te verbeteren. Boeren branden de koffie zelf, of kleine bedrijven doen dat. This Side Up koopt de bonen groen in en levert aan Nederlandse horeca en bedrijven. 1 kilo Ethiopische Wildebras bonen van Pure Africa kost 19,95 euro. Bij Moyee kun je een abonnement nemen: voor 1 kilo Ethiopia Single betaal je bij maandelijkse afname 24 euro. Ter vergelijking: een kilo Organic Café del Mundo (100 procent arabica) van Lidl, met Fair-trade-logo, kost 9,98 euro.

Huismerk Perla van Albert Heijn heeft volgens de eigen communicatie een onafhankelijk duurzaamheidsproject voor duizend boeren gelanceerd. Aan de voet van de Kilimanjaro in Tanzania experimenteert men met nieuwe planten die beter bestand zijn tegen droogte.

Hoe zet je het duurzaamst?

Vergelijk het met een akoestische gitaar of een elektrische: zo verschillend zijn de smaken van een espresso of een kopje filterkoffie (slow coffee). Ook in prijs en in duurzaamheid verschillen de methoden flink. Een gewoon koffiezetapparaat voor thuisgebruik verbruikt 850 watt per jaar, wat neerkomt op 21 euro. Een espresso-apparaat voor thuis is wat duurder in aanschaf, maar je maakt niet snel meer koffie dan nodig – en dat is duurzamer.

Een aparte niche vormt het Nespresso-apparaat van Nestlé: duur en weinig duurzaam, ook al kun je de aluminium cupjes inleveren ter recycling. Dan zijn er nog de cafetière (de French press) en de mokkapot of percolator, voor op het fornuis – beiden in verschillende prijsklassen en formaten. Voordeel is dat de onderdelen los verkrijgbaar zijn, het apparaat jarenlang meegaat, en je weinig afval produceert. Nadeel: de percolators zijn niet geschikt voor inductie, dus je verbruikt extra gas.

Oldskool filterkoffie dan? Wellicht is dat de duurzaamste oplossing. Een waterkoker verbruikt gemiddeld voor 9 euro per jaar energie. Neem wel filters van ongebleekt papier: die belasten het milieu het minst. Laat het apparaat niet onnodig aanstaan en zet niet te veel koffie die je later weg moet gooien. Gebruikte koffiefilters en koffieprut horen bij het GFT.

Een toekomst zonder koffie, is dat mogelijk?

Als de positie van arme koffieboeren niet verbetert, als de klimaatverandering doorzet, is het drinken van koffie dan nog wel ethisch verantwoord? Op die vraag zocht een drietal ondernemers in 2016 antwoord. De moeder van David Klingen (35), een van hen, bracht hen op het spoor van een alternatief dat in de Tweede Wereldoorlog populair was: cichorei, een plant verwant aan de witlof en de andijvie. Als je de wortel roostert en maalt, krijg je een donkerbruin poeder. Voor een kleine 6 euro is er nu Chikko Not Coffee, een potje met 150 gram koffiesubstituut. Een redelijk product, weliswaar zonder cafeïne, voor als koffie straks weer een genotsmiddel is dat alleen de elite nog kan betalen – zoals het ooit begon.