One World - Klimaatverzet onder Trump

Hoe burgers, bedrijven, staten en steden het heft in eigen handen nemen. 
De Amerikaanse president Trump kiest voor kolen. Maar bedrijven als Google en Walmart hebben hoge ambities om de CO₂-uitstoot te reduceren. Ook Amerikaanse burgers, steden en staten zitten niet stil. Slagen ze erin om de Klimaatdoelen van Parijs te behalen?

https://www.oneworld.nl/powerswitch/klimaatverzet-onder-trump/

What do we want?’, roept de vijftienjarige Isha Clarke door een megafoon naar zo’n dertig jongeren die met haar meelopen. ‘Clean air!’, zingen ze terug. ‘When do we want it?’, schreeuwt Isha. ‘Now!’ De jongeren zijn bij elkaar gekomen om een protestmars te lopen door het centrum van Oakland, in de Amerikaanse staat Californië.

Tijdens de route naar het stadhuis klinken er onder hard getrommel meer chants. Mensen op straat steken hun duim op of roepen aanmoedigingen. Al snel volgt er een kleine politie-escorte, die de kruispunten vrijmaakt voor de protesterende jongeren. Dit soort protesten, door jongeren of volwassenen, zijn een bekend tafereel sinds president Donald Trump ruim een jaar geleden aantrad.

Of het nu gaat om racisme, vrouwenrechten of het klimaat, elke week kun je hier wel aansluiten bij een manifestatie. Vandaag gaat het om het klimaat en de luchtkwaliteit. Clarke pakt opnieuw de megafoon. ‘The air we breathe is under attack. What do we do?’, schreeuwt ze. ‘Stand up, fight back!’. Dat is het doel van de protestmars, vertelt Ivan Garcia (15). “We vechten tegen de rechtszaak van zakenman Phil Tagami, die steenkool wil vervoeren door de haven van Oakland.”

In 2016 besloot de gemeenteraad van Oakland het vervoer van steenkool via de haven te verbieden. Tagami, een lokale vastgoedontwikkelaar, had net een deal met de gemeente gesloten om een nieuwe terminal te bouwen waar hij kolen uit Utah kon overslaan voordat hij die naar Azië exporteerde. Het verbod gooide roet in het eten, en Tagami sleepte de gemeente Oakland voor de federale rechter.

Al met al zijn er zo’n vijftig jongeren en volwassenen aanwezig op het plein. Heeft het zin om met zo’n kleine groep je bezwaar duidelijk te maken? “We hopen het bewustzijn bij de inwoners van Oakland te vergroten”, zegt Garcia. Clarke voegt toe: “Ik denk niet dat we Tagami van gedachten kunnen doen veranderen over de schadelijkheid van steenkool. Maar dit soort zakenmannen leven van hun reputatie. Als we hem publiekelijk genoeg te schande kunnen maken, laat hij de zaak misschien vallen.”

Mooie, schone kolen

Het jongerenprotest was hyperlokaal. Maar tegelijkertijd staat het voor iets groters. President Donald Trump is een groot voorvechter van de kolenindustrie. In zijn eerste State of the Union-toespraak had hij het over ‘beautiful, clean coal’. Maar Amerikanen komen in verzet. Toen Trump op 1 juni 2017 aankondigde de Verenigde Staten terug te trekken uit het klimaatakkoord van Parijs, stonden staatsbesturen onder aanvoering van Californië en New York al klaar, samen met lokale overheden, onderwijsinstellingen en bedrijven. Direct na de aankondiging kwamen zij naar buiten met een verklaring: We are still in.

“We zijn een dwarsdoorsnede van de Amerikaanse samenleving”, zegt Mariana Panuncio-Feldman, internationaal directeur voor klimaatactie van het Wereld Natuur Fonds. “De coalitie bestaat uit ruim 2500 niet-federale groepen en vertegenwoordigt 127 miljoen Amerikanen en 6,2 biljoen dollar. Zo’n brede coalitie is niet eerder vertoond in de VS.”

We Are Still In

Om de schaal ervan in perspectief te zetten: op de lijst van grootste economieën ter wereld zou de coalitie op de derde plek staan, vóór Japan en Duitsland. De We Are StillIn-coalitie blijft het nationale doel voor de VS uit het Parijs-akkoord nastreven. Dat betekent dat in 2025 de uitstoot van broeikasgassen 26 tot 28 procent onder het niveau van 2005 moet liggen, zonder hulp van de federale overheid. Is dat mogelijk?

“Ja, het is mogelijk”, zegt Jonathan Koomey, klimaatwetenschapper aan de Stanford Universiteit en een van de grondleggers van de 2 graden-grens. “Staten en steden kunnen veel en doen veel. Bedrijven ook. Maar het zou fijn zijn als de federale overheid niet de hele tijd in de weg zou staan.” Koomey doelt daarmee op besluiten als het ondersteunen van de steenkoolindustrie, of toestaan dat er naar olie en gas geboord wordt in een arctisch natuurgebied in Alaska.

Ondertussen nemen staten en steden besluiten die lijnrecht tegenover het beleid van de overheid staan. Zoals het steenkolenverbod van het Californische Oakland. Of de besluiten van de staat Californië, die naar verwachting in 2020 de broeikasgasemissies zal hebben teruggebracht naar het niveau van 1990, en wettelijk heeft vastgelegd dat in 2030 het niveau nog eens 40 procent lager moet liggen. In dat jaar moet ook de helft van alle opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen komen, maar naar verwachting wordt dat doel in 2020 al gehaald. De staat wekt nu al zoveel zonne-energie op, dat het soms velden met panelen moet uitzetten of stroom moet afstaan aan Arizona, om het netwerk niet te overbelasten.

Die successen komen niet uit de lucht vallen: al sinds 2002 eist de staat (destijds onder gouverneur Arnold Schwarzenegger) van de publieke nutsbedrijven dat een bepaald percentage van hun energie uit hernieuwbare bronnen komt. De bouw van grootschalige wind- en zonneparken wordt ook al lang gestimuleerd, waardoor de prijs voor zonne-energie tussen 2008 en 2016 daalde van 135,90 dollar per megawattuur naar 29,17 dollar per megawattuur.

The A List

De staten en steden spelen een belangrijke rol in het halen van Amerika’s Parijs-doelen, maar, zegt Panuncio-Feldman: “Ze kunnen het niet alleen. ‘Niet-statelijke actoren’ hebben een doorslaggevende rol.” Daarmee doelt Panuncio-Feldman voornamelijk op bedrijven. Die moeten de handschoen oppakken wil de We Are Still In-coalitie de reductie van 26 tot 28 procent halen. Maar We Are Still In is geen organisatie die ondertekenaars verantwoordelijk houdt voor hun klimaatdoelen. Daar bestaan weer andere instellingen voor. Zo is er al sinds 2000 het internationale CDP (Carbon Disclosure Project) dat, gesteund door 800 institutionele beleggers, grote bedrijven vraagt hun klimaatdoelstellingen en resultaten jaarlijks te rapporteren. CDP bracht in 2016 voor het eerst een zogenaamde ‘A List’ uit – met daarop bedrijven die het op gebied van klimaatactie goed doen. Een van de bedrijven op de lijst was Alphabet, het moederbedrijf van Google.

Het hoofdkantoor van Alphabet staat zo’n 50 kilometer van San Francisco. Een groot deel van de ruim 10.000 werknemers die daar werken, forenst tussen de twee steden. ’s Ochtends pakken zij een speciale Google-bus met wifi in San Francisco die hen naar hun werk in Mountain View brengt, ’s middags gaan ze daarmee weer naar huis. Daarmee bespaarde Google volgens het eigen duurzaamheidsrapport in 2016 maar liefst 33.000 ton CO₂-equivalent, gelijk aan het dagelijks van de weg halen van 6500 auto’s. Daarnaast heeft Google impact met het verduurzamen van zijn datacenters. In 2007 verplichtte het bedrijf zichzelf om CO₂-neutraal te zijn. Sindsdien zette het in op het energiezuiniger maken van de datacenters en ging tegelijkertijd op zoek naar duurzame stroom voor die centra. Google koopt bijvoorbeeld energie in van windparken in Groningen, Zeeland en Flevoland voor de datacenters in Noord-Groningen.

Sinds 2017 koopt Google wereldwijd genoeg schone energie in voor al zijn datacenters. Het bedrijf hoeft nu dus zijn CO₂-uitstoot niet meer te compenseren met speciale projecten elders, maar blijft dat wel doen. Beter voor de business Koomey, de klimaatwetenschapper aan Stanford, noemt Google een van de voorlopers, net als andere techbedrijven zoals Facebook, Apple en Amazon. “Wat zij goed gedaan hebben, is in kaart brengen wat hun emissieniveau was. Dan kun je uitrekenen waar je over een paar jaar bent als je op dat niveau doorgaat en kun je scenario’s uitdenken hoe je dat traject drastisch kunt ombuigen.” Het eerdergenoemde CDP wil dat makkelijker maken. “We zijn gestart met het zogenaamde science based targets initiative”, zegt directeur Lance Pierce. “Omdat we zagen dat er een kloof bestond tussen de intenties van bedrijven en harde klimaatwetenschap. Een bedrijf kan wel zeggen dat ze jaarlijks hun uitstoot met 4 procent gaan verkleinen, maar zet dat zoden aan de dijk?” Het CDP berekende wat het koolstofbudget is als we onder de 2 graden willen blijven en vertaalde dat naar specifieke, wetenschappelijk onderbouwde targets voor bedrijven. In de VS hebben niet de minste bedrijven zich al vastgelegd op deze targets.

Walmart, de grootste winkelketen van de wereld, wil tegen 2025 de uitstoot van broeikasgassen met 18 procent terugdringen ten opzichte van 2015, en daarnaast de uitstoot van de keten met 1 miljard ton terugbrengen. Andere noemenswaardige bedrijven die zichzelf wetenschappelijk onderbouwde targets hebben opgelegd, zijn Philip Morris (van sigarettenmerk Marlboro), Procter & Gamble (het Amerikaanse Unilever), Mars (de snoeprepen) en Kellogg Company (de cornflakes). Via hun rapportage aan het CDP kunnen bedrijven daadwerkelijk worden afgerekend op hun pogingen. “De score die ze van ons krijgen, is deels gebaseerd op de vraag of ze hun resultaten laten verifiëren door een derde partij. Als ze dat niet doen, zit een goede score er niet in.”

Bovendien wordt de score gedeeld, zodat de achthonderd institutionele investeerders die samen 100 biljoen dollar aan kapitaal vertegenwoordigen, daar rekening mee kunnen houden in hun beslissingen. “Niet eerlijk zijn tegen ons zou een enorm reputatierisico zijn voor een bedrijf. Iedereen zou dan weten dat het bedrijf liegt over zijn klimaatacties.” Uiteindelijk doen de bedrijven het niet alleen omdat ze ‘het goede’ willen doen, zegt CDP-directeur Pierce. “Het is gewoon beter voor de business.”