One World - Nederlander besteedt meer aan duurzaam voedsel: een goede zaak?

De Monitor Duurzaam Voedsel 2016, opgesteld door Wageningen University (WUR), concludeert dat Nederlandse consumenten in 2016 meer geld uitgaven aan duurzame voedselproducten. We zijn goed bezig, zou je zeggen. Vera Dalm, directeur van voorlichtingsorganisatie MilieuCentraal, plaatst toch een aantal kanttekeningen.

https://www.oneworld.nl/klimaat/eet-nederlander-werkelijk-meer-duurzaam-voedsel/     

Consumenten besteedden vorig jaar 26 procent meer aan duurzame voeding dan in 2015. Vooral het aandeel duurzame vleeswaren met een Beter Leven-keurmerk maakte een gigantische groei door, volgens het rapport van WUR.

Vera Dalm gelooft dat dit komt doordat het aanbod van duurzaam vlees in supermarkten aanzienlijk is toegenomen. “Steeds meer leveranciers schakelen om naar duurzame voeding en daar ben ik heel blij mee. Alleen: dat er meer wordt uitgegeven aan duurzaam vlees kan ook betekenen dat mensen vooral duurder vlees zijn gaan kopen. Bedenk dat duurzame biefstukjes een hogere omzet opleveren dan gehaktballen.”

Wel of niet duurzaam?

Het rapport van WUR beschouwt producten als duurzaam wanneer ze zijn voorzien van een keurmerk met onafhankelijke controle. “Omwille van de meetbaarheid”, legt onderzoeker Katja Logatcheva van WUR uit in een e-mail aan OneWorld. Wageningen University geeft echter op haar eigen website aan dat ‘keurmerken geen uitkomst bieden voor de consument die een afweging wil maken van alle duurzaamheidsaspecten.’

Het ene keurmerk gaat namelijk over dierenwelzijn, terwijl het andere juist over milieu gaat. En die twee aspecten kunnen met elkaar in conflict zijn. Bedenk bijvoorbeeld dat ‘scharrelkippen meer broeikasgassen uitstoten doordat ze langer leven dan gangbare kippen.’ Of dat biologische landbouw veel meer grond nodig heeft.

Neem daarnaast een keurmerk met gradaties, zoals het Beter Leven-keurmerk: “De verschillen tussen een of drie sterren op het Beter Leven-keurmerk zijn groot. In het geval van vleeskippen gaat het om twintig kippen op een vierkante meter, of elf”, stelt Dalm van MilieuCentraal. Logatcheva benadrukt daarom dat het rapport “geen ‘absolute duurzaamheid’ toekent aan het ene of het andere productiesysteem” en dat het beter is om te spreken van “duurzamere voeding, oftewel verhoudingsgewijs duurzame producten.”

Toch is het een goede ontwikkeling dat consumenten meer geld uitgeven aan vlees met een keurmerk. Dalm stelt dat dit een eerste stap is naar vermindering van vleesconsumptie. “Mensen zullen selectiever vlees gaan eten door de prijs van duurzaam vlees. Ik heb liever dat ze hetzelfde bedrag spenderen aan een klein stukje biologische biefstuk, dan aan een grote verpakking met plofkip”, zegt Dalm.

De consument wil wél

Duurzame voeding verkoopt steeds beter. Het argument van supermarkten dat de consument het eerst moet willen klopt niet, zegt Dalm. Als het aanbod er is, dan gaat de Nederlandse consument voor ‘duurzamer’. “Dit zorgt er ook voor dat boeren gemakkelijker de overstap maken naar duurzaam, omdat ze de zekerheid hebben dat ze hun producten kunnen afzetten”, stelt Dalm.

Opvallend is dat de omzet van duurzame zuivel in 2016 stagneert ten opzichte van 2015. Dat komt doordat je het kwaliteitsverschil tussen duurzaam en niet-duurzaam niet proeft, zegt Dalm. Ze vervolgt: “Bij vlees hechten mensen waarde aan de kwaliteitsbeleving. Dat geldt niet voor melk. Daarbij treedt dierenleed meer op de voorgrond bij de aanschaf van vlees.”