One World - Welk biertje is het beste voor de aarde?

Op elke hoek van de straat zit tegenwoordig wel een bierbrouwerij. Microbrouwerijen zijn kleinschalig, ambachtelijk, lokaal, creatief en uniek. Maar zijn hun biertjes ook duurzamer dan het gele goud van de grote brouwers? Koen, mag ik vanuit mijn tuin een touw spannen naar jouw balkon?” Het klinkt als een vreemde vraag, maar wanneer je onderbuurman bierfanaat en ex-bierbrouwer is, kijk je nergens meer van op

Bron: One World

Hop, een van de hoofdingrediënten van bier, is een klimplant. En die groeit hartstikke snel. Een paar maanden na het planten had de hop zich al genesteld om alle spijlen van mijn balkon. Voor mij had het alleen maar voordelen: mijn eens zo grijze balkonnetje zag ineens prachtig groen en ik hoefde niet voor de plant te zorgen. Ook hielp ik zonder enige moeite te doen met het brouwen van mijn favoriete drankje.

Mijn onderbuurman Roy Maas is een van de oprichters van Loc Brewery. Deze kleinschalige bierbrouwerij is gevestigd in de Tilburgse Spoorzone, een wijk vol monumentale, industriële panden. Dit soort ‘microbrouwerijen’ schieten overal in het land uit de grond als, tja, hop. Meestal werken er niet meer dan een man of vier. Volgens de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur telde Nederland 650 brouwerijen in 2018; zo’n 10 jaar eerder waren dat er ‘slechts’ 109.

De microbrouwerijen hebben een sympathieke uitstraling; ze zijn ambachtelijk, kleinschalig en lokaal. Allemaal termen die we ook associëren met duurzaamheid. Zouden deze biertjes, met hun grappige namen en artistieke etiketten, ook beter zijn voor het milieu dan doorsnee multinational pils? En wat kun je als kleine brouwer zoal doen om duurzamer te werken?

Is bier vegan-proof?

Bier bestaat uit vier basisingrediënten: granen, hop, water en gist. Gist is een schimmel, en daarmee geen plant en geen dier. Als je gist beschouwt als een plantaardig product, is de keuze aan vegetarisch bier riant. Er is nog een toevoeging tijdens het brouwen dat invloed kan hebben: om troebel bier helder te maken gebruiken sommige brouwers (in Nederland alleen Bavariapils) vislijm.

Er zijn zelfs brouwerijen, zoals The Veil en Evil Twin uit de VS, die pepperonipizza, hamburgers of chicken wings verwerken in hun bier. Roy Maas: “Onzin. Als je 750 liter bier brouwt en daar één schaal kippenvleugels bij gooit, heeft dat nauwelijks invloed op de smaak.”

Voor een veganistisch biertje is het vooral opletten bij speciaalbieren: daarin worden nog weleens melksuikers (en dus lactose) verwerkt. De brouwer is verplicht dit te melden bij de allergie-informatie op het etiket.

Roy Maas werkt niet meer in de brouwerij, maar gelukkig praat hij nog steeds graag over bier, onder meer in zijn podcast Wort-genoten (wort is de moutpap die de basis van bier vormt), en nu met mij. Volgens hem is duurzaam brouwen lastig voor kleine brouwers. Zo is er vrij veel water nodig om bier te maken; zo’n 4 tot 7 liter voor 1 liter bier. “Er zijn ook brouwerijen die aan 2 liter water per liter bier genoeg hebben”, vertelt Maas me.

“Zij vangen na het maischen (het schoonmaken en koelen van de wort, red.)het water apart op. Dit wilden we bij Loc ook graag doen, maar dan heb je een aparte watertank nodig en daar is geen plek voor. Loc zit in een kleine ruimte, met net genoeg plek voor de brouwketel.”

En het bier van de kleinschalige brouwers mag dan lokaal gebrouwen worden; de ingrediënten komen vaak van ver. Maas: “De hopplanten in mijn tuin waren vooral voor de lol. Ze groeien snel en hebben weinig zorg nodig. Maar van die paar plantjes kan geen enkele brouwerij leven. De meeste hoppen worden geïmporteerd. Heel soms vanuit Duitsland, maar bij Loc meestal uit de VS of Nieuw-Zeeland. Ze worden vacuüm verpakt en ingevroren om de kwaliteit te bewaren. Daardoor moet je hop gekoeld vervoeren.De hoeveelheid die je nodig hebt, verschilt per bier. Voor een gewoon pilsje is dat veel minder dan voor een smaakvol, bitter bier als een India Pale Ale.” En juist dat soort bier wordt vaak door kleinere brouwers gemaakt.

Het is apart dat hop zo veelvuldig geïmporteerd wordt, want het is gewoon een inheemse plant. Toch gebruikt van alle grote Nederlandse brouwerijen alleen het Limburgse Gulpener hop uit Nederland. Op een ruime 3 hectaren grond verbouwt Gulpener zijn eigen hoppen, vertelt directeur Jan-Paul Rutten: “Het is duurder dan bij een groothandel hop bestellen, maar dat is het waard. Door het zelf te verbouwen, zijn we niet alleen duurzaam door minder uitstoot, maar we helpen ook mee aan de regionale werkgelegenheid.”

Vreedzame revolutie

Voor de brouwers bij Loc is het puur een hobby, vertelt Maas. “Gewoon samen iets lekkers maken. Alles werd met de hand gedaan. Dat maakte het allemaal behoorlijk intensief en tijdrovend. Ons bier was een tijd verkrijgbaar bij de Jumbo, maar zelfs dan zijn de marges klein.”

De Utrechtse brouwerij Oproer is een stuk groter dan Loc. Er zijn een brouwerij en een ‘brewpub’: een café waar de biertjes uit de brouwerij worden geschonken. Het is geen hobbyproject, maar een volwaardig bedrijf dat dertig medewerkers in dienst heeft; vijf in de brouwerij en 25 in de brewpub. Oprichters Bart-Jan Hoeijmakers en Mark Strooker komen uit de krakerswereld, met de bijbehorende idealen: het is nooit de vraag geweest óf Oproer duurzaam moest opereren, maar hoé ze dat zouden realiseren. Doordat Oproer een fulltime bedrijf is, is er meer investeringsruimte voor duurzaamheid.

Tegenover treinstation Utrecht Zuilen ontmoet ik medewerker Erik Leker, die mij de brouwerij en de brewpub laat zien. Er wordt uitsluitend veganistisch eten geserveerd. “Bierbrouwen wordt vaak geassocieerd met ‘stoere’ mannen, vlees eten, barbecueën. Oproer is compleet het tegenovergestelde”, zegt Leker. “Daar zijn we trots op. We staan voor de vreedzame revolutie. We willen niet opdringen dat het anders moét, maar we laten je zien dat het anders kán. En dat je daarbij niet hoeft in te boeten op kwaliteit en smaak. Ondertussen zijn we de aarde zo min mogelijk naar de knoppen aan het helpen.”

Duurzaamheid van brouwers

Rank a Brand onderzocht de duurzaamheid van grote bierbrouwers in Nederland. Zij zijn op 23 duurzaamheidsspeerpunten beoordeeld en ingedeeld in score A (hoogst) tot en met E (laagst). Helaas scoorde geen enkele brouwerij boven het C-label (‘Redelijk op weg, kan beter’).

1. Gulpener: 12pt (C)
2. Brand: 11 pt (C)
3. Heineken: 9 pt (C)
4. Hertog Jan: 9 pt (C)
5. Amstel: 9pt (C)
6. Dommelsch: 9pt (C)
7. Alfa: 6pt (D)
8. Grolsch: 3pt (E)
9. Bavaria: 2pt (E)

Toch loopt Oproer tegen hetzelfde probleem aan als Loc: doordat hun ruimte beperkt is, kunnen ze niet alle duurzame stappen nemen die ze zouden willen. Zo zit er op de glazen flessen van Oproer geen statiegeld. “Ik zeg het niet graag, maar dat is een puur economische reden”, zegt Leker. “Met statiegeldflessen heb je een extra loods nodig om al die lege flessen op te slaan en schoon te maken. We kunnen qua prijs nu al niet op tegen de grote jongens als Heineken en Leffe. Een statiegeldlijn moeten we doorberekenen aan de klanten. Dan worden onze bieren ineens nog ander-halve euro duurder. Maar het blijft een dilemma. Een schrale troost is dat we ons bier in dozen kunnen vervoeren in plaats van in kratten. Dat scheelt veel ruimte in het transport, en daardoor in CO2-uitstoot.”

Dat transport is een belangrijke factor voor een brouwerij die ook internationaal opereert. Oproer-bier is namelijk ook in Frankrijk, Duitsland, Bulgarije, Japan en de VS te drinken. Oproer laat hun Amerikaanse biertjes wel in de VS brouwen door Lompoc Brewing in Oregon, zodat er geen enkel flesje de oceaan hoeft over te steken. In Japan wordt ook een partner gezocht.

Bostel en wort

Ondanks de beperkte ruimte heeft Oproer wel een warmwatertank, laat Leker zien: “Als we de dag na het maischen gaan brouwen, gebruiken we dit water opnieuw. En anders hebben we een mooie voorraad om de brouwerij schoon te maken.”

Hoe zit dat nou precies met het waterverbruik bij bierbrouwen? Dat begint al bij de eerste stap: granen worden eerst in water geweekt en gewassen, en vervolgens een aantal dagen verwarmd. Het product wat dan ontstaat, heet mout. De mout wordt in water opgelost, het ‘maischen’. Tijdens het maischen wordt de mout verwarmd tot temperaturen tussen de 65 en 75 graden. Hieruit ontstaan weer twee nieuwe producten: bostel en wort. Dat laatste is een soort moutpap, de basis van het bier. Bostel is afval en bevat eiwitrijke graanresten, het wordt vaak verwerkt tot veevoer.

Ondanks dat Oproer als bedrijf veganistisch is, staan ook zij hun bostel af aan een veehouderij, vertelt Leker: “Eigenlijk willen we niet meewerken aan de bio-industrie, maar het weggooien vinden we helemaal zonde. Gelukkig is er ook een bakkerij in de buurt die broodjes bakt met de bostel. Die worden in de brewpub geserveerd.” De warme wort wordt vervolgens afgekoeld met, jawel, water. Het koude bier gaat de fermenteertank in, en het warme water wordt afgevoerd naar het riool. Tenzij je dus een watertank hebt.

Hemelwater

In mijn zoektocht kom ik een opvallend initiatief tegen: bier gemaakt met regenwater. Wat is het idee daarachter? Rainbeer werkt samen met verschillende kleinschalige brouwerijen, vertelt Arno van Herwijnen, een van de oprichters. Inmiddels zijn er vijf vestigingen, onder andere in Den Helder en Nijmegen.

“Regenwater wordt gezien als afval. Wij willen dat mensen anders gaan kijken naar water”, vertelt hij. “Door klimaatverandering wordt het droger; vorige zomer is er zes weken lang geen druppel regen gevallen. Maar als het regent, regent het steeds harder. Voor beide problemen is het opvangen van regenwater een wezenlijke stap. Aan de ene kant zorg je dat je minder kraanwater nodig hebt tijdens het brouwen. En door het regenwater op te vangen in een grote ton, houd je het van de straat, waardoor het minder overlast veroorzaakt.” Daarmee verklein je de druk op het riool, dat bij een hevige bui veel water in één keer krijgt te verwerken en daardoor kan overstromen.

Rainbeer is zelf geen brouwerij, maar levert de benodigdheden voor brouwers om regenbier te maken. Dat is geen knullig tonnetje, maar een tank groot genoeg om 1000 liter bier van te maken. Daarbij leveren ze ook een waterfilter en een waterkwaliteitsprogramma. Het gefilterde regenwater is drinkbaar, maar voldoet niet aan de officiële eisen om drinkwater genoemd te worden. Een reden hiervoor is dat regenwater op dit moment niet gezien wordt als bron van drinkwater.

Volgens Van Herwijnen is dat geen probleem: “Door de mout tijdens het brouwproces te verhitten, elimineert dat alle bacteriën uit het water. Daarom wordt bier al duizenden jaren gedronken. Water dat eerst onveilig was om te drinken, werd door er bier van te brouwen wel drinkbaar.” En door de smaak van het regenwater zou er volgens Rainbeer in sommige recepten zelfs minder hop nodig zijn dan bij kraanwater.

Voor mij klonk regenbier eerst als een gimmick, maar Van Herwijnen vertelt overtuigend: “We willen bewustzijn creëren. De meeste mensen hebben niet door hoe bijzonder kraanwater eigenlijk is. Vooral hier in Nederland waar het een bijzonder hoge kwaliteit heeft.” Maar waarom dit verhaal overbrengen via bier? “Omdat veel mensen gesprekken over klimaatverandering eng vinden. ‘Biodiversiteit, CO2, oh nee!’ Bier werkt verbindend. Tijdens een presentatie hoef ik alleen maar te zeggen: ‘Hier, een biertje gemaakt van regenwater’, en ik heb meteen de aandacht van mijn publiek. Zo ontstaat een positieve, constructieve discussie.”

Rainbeer wil in elk waterschap een brouwerij vinden om mee samen te werken. Hoe eerder brouwers zich aansluiten, des te sneller kan ik genieten van een biertje zonder me druk te hoeven maken over de ecologische voetafdruk.