One World - Welkom in het eco-paradijs

Reportage Pingdi, de groenste stad van China

Kortgeleden was het er bruin en grijs. Pingdi, een voorstadje van de Zuid-Chinese metropool Shengzhen, heeft een transformatie ondergaan. Het is nu een voorbeeld van duurzaamheid. Maar waarom zijn er zo weinig mensen?

https://www.oneworld.nl/duurzaamheid/welkom-in-het-eco-paradijs/

Toen Wang Zhongqiang vijf jaar geleden naar Pingdi verhuisde, had hij niet gedacht dat hij er ooit met plezier zou wonen. Zijn werkgever, lampenfabriek Oostelijk Licht, had hem een woonblok toegewezen aan de rand van een uitgestrekt industriegebied. Een stoffige woestenij was het, met hier en daar een rookspuwende fabriek en een armoedig arbeiderspension. Vanuit zijn appartement keek Wang uit op de stinkende Dingshanrivier, vervuild met rioolwater en zware metalen.

Nu, vijf jaar later, wordt het water van de rivier gefilterd en zijn de oevers beplant met palissanderbomen en olifantengras. Er loopt een fiets­ en wandelpad door het groen, en verderop liggen een park met basketbalvelden en een speeltuin. Fabrieken en pensions ondergaan een renovatie, oude huizen worden gerestaureerd en omgebouwd tot museum, wijken ingericht als winkelgebied. Door de nieuw aangelegde straten rijden elektrische bussen.

“Die rivier was vroeger een open riool, maar nu wandel of jog ik ’s avonds vaak langs de oever”, zegt Wang bij de poort van zijn woonblok, waar alle werknemers van Oostelijk Licht met hun gezinnen wonen. Het met blauwe tegels bezette gebouw is het enige in de straat dat nog niet is gerenoveerd. “In het weekend gaan we met de kinderen naar het park, of spelen we een partijtje basketbal. Het is echt mooi geworden in Pingdi. Het leven hier wordt elk jaar beter.”

Toonbeeld

Pingdi, een voorstad van de Zuid-­Chinese metropool Shenzhen (vlakbij Hongkong), heeft de afgelopen jaren een wonderlijke transformatie doorgemaakt. In 2012 werd de grauwe industrie­stad door de Chinese overheid aangeduid als toekomstige low carbon city, een CO2-­arme stad. Sindsdien luidt de opdracht dat Pingdi, met zijn vieze rivier en zijn smerige fabrieken, moet uitgroeien tot een milieuvriendelijke modelstad, een Chinees toonbeeld van duurzaamheid.

Om dat te bereiken, zijn er heel wat maatregelen genomen: Pingdi moet een metro krijgen, een systeem van elektrische deelauto’s en bussen en een uitgestrekt netwerk van fiets­ en wandelpaden. Een smart grid moet het elektriciteitsverbruik op elkaar afstemmen, er is een recuperatiesysteem voor het hergebruik van afvalwater en er staat een afvalenergiecentrale die huisvuil in elektriciteit moet omzetten. En vooral: de vele vervuilende fabrieken krijgen een groene bestemming. Geen zware industrie meer, ze zullen in de toekomst bedrijven huis­vesten voor onderzoek en technologie.

Mooie plannen, maar die zijn er bij de vleet in het door smog geteisterde China. Het afgelopen decennium hebben tientallen Chinese steden – aangemoedigd door de nationale overheid – aangekondigd dat ze groen, ecologisch of low carbon zouden worden, maar weinig maakten dat waar. Het ambitieuze Dongtan bij Shanghai, de eerste eco city van China, ging ten onder aan corruptie. Sommige bouwprojecten werden wel uitgevoerd, maar bleken zo duur of slecht gelegen dat niemand er ging wonen. Andere werden juist heel populair, maar stelden ecologisch niet veel voor.

Weelderig groen

In Pingdi lijkt het op het eerste gezicht de goede kant uit te gaan, al is het nog te vroeg voor een definitief oordeel. Het industrie­ stadje, op zo’n 40 kilometer van het centrum van Shenzhen, ligt tussen weelderig groene bergen. Beneden in het dal vallen vooral de vele bouwterreinen op. Oude fabrieken staan in de steigers, het wijkje met traditionele huizen wordt volop gerenoveerd, en langs een nieuwe weg zullen lange rijen bomen komen. Hier zie je een low carbon city in wording.

Pingdi kan al prat gaan op enkele mooie successen. Langs de gezuiverde Dingshanrivier doemt een stalen gebouw op met weelderige groengevels en verzonken regenwaterbassins, als een verlengstuk van de natuur. Dit is het Low Carbon Exhibition Center, een expositiegebouw waarin maar liefst 97 duurzame technieken zijn toegepast, van intelligente zonneschermen tot natuurlijke ventilatie. Dankzij een filtersysteem kun je er – uniek in China – het water rechtstreeks uit de kraan drinken.

Verlaten

Wat verderop langs de rivier zit Yishe, een voormalig arbeiders­pension dat is omgebouwd tot hotel. Song Kankan, die er sinds drie jaar sales manager is, geeft een rondleiding. De muren zijn bekleed met samengeperst stro­-afval, de vloeren met duurzame bamboe en het centrale koelsysteem is een stuk energiezuiniger dan gewone airconditioning. Yishe heeft drie sterren op de duurzaamheidsschaal, het hoogste niveau in China voor groene gebouwen. Toch wringt er iets: hotel Yishe is al drie jaar tot in

de puntjes afgewerkt, maar is nog niet geopend voor gasten – manager Song mompelt iets over een ontbrekende brandveilig­heidsverklaring. En in de hal van het indrukwekkende Low Carbon Exhibition Center, waar ruimte is voor tentoonstellingen en workshops, staan tijdelijk de pingpongtafels en badminton­ spullen van een plaatselijke sportclub. Dat geeft niet bepaald de indruk van een succesvol conferentiecentrum.

Het lijkt een probleem in het hele gebied van de low carbon city: het is allemaal prachtig, maar ook wat verlaten. De oude fabrieks­gebouwen en arbeiderspensions zijn opgewaardeerd tot hoogtechnologische en duurzame bedrijven, maar er zijn amper super­markten, restaurants of appartementen in de CO2­-arme stad. Bij het fabrieksterrein van Royole, dat geavanceerde beeldschermen produceert, staan bussen waarmee de werknemers ’s avonds naar een andere voorstad worden gebracht, zo’n 20 kilometer verderop. In Pingdi zelf zijn onvoldoende voorzieningen om hen onder te brengen.

“Een nieuwe stad opbouwen kost nu eenmaal tijd”, zegt Liu Yimin, onderdirecteur van de afdeling Ecologisch Bouwen van het Institute for Building Research (IBR). Het staatsbedrijf is verantwoordelijk voor de planning en aansturing van de CO2­-arme stad en voor het beheer van het Exhibition Center. “We willen niet in een klap een nieuwe stad opbouwen, want dat heeft in het verleden vaak tot ghost cities geleid”, zegt ze. “We willen dat de low carbon city op een natuurlijke manier groeit.”

Zeecontainers

Liu Yimin ontvangt in een vergaderruimte van het Green Square Hotel, een uitgestrekt complex dat is gemaakt van afgedankte zeecontainers. De witte containermuren zijn voorzien van traditionele architectuurelementen, zoals decoratief houtsnij­werk. In de binnentuinen staan bonsaibomen. Het is een origineel en harmonieus bouwwerk, maar ook hier is het verlaten. Van de 22 hotelkamers zijn er elf in gebruik om werknemers van IBR onder te brengen.

Liu haalt foto’s tevoorschijn en laat zien hoe het er hier vroeger uitzag: een bruinige vlakte met afbrokkelende gebouwen. Terwijl het centrum van Shenzhen de afgelopen jaren een economische vlucht nam en een hightechzone werd, bleef voorstad Pingdi het terrein van goedkope speelgoed­, elektronica­ en textiel­ fabrieken.

Liu haalt foto’s tevoorschijn en laat zien hoe het er hier vroeger uitzag: een bruinige vlakte met afbrokkelende gebouwen. Terwijl het centrum van Shenzhen de afgelopen jaren een economische vlucht nam en een hightechzone werd, bleef voorstad Pingdi het terrein van goedkope speelgoed­, elektronica­ en textiel fabrieken.

Het gemiddelde inkomen per inwoner was in Pingdi vijf keer lager dan in de rest van Shenzhen, maar de CO2­-uitstoot tweeënhalf keer hoger. Om die uitstoot te verlagen was het aloude Chinese recept van sloop en nieuwbouw geen optie: dat zou juist leiden tot een toename. Dus zette IBR in Pingdi in op hergebruik van materialen en het opknappen van bestaande gebouwen. Zo’n gigantisch renovatieproject vraagt veel geduld: de eigenaren van de vervuilende panden zijn niet allemaal in één klap tot duurzaamheid te dwingen.

“We onderhandelen een voor een met hen over wat ze het best met hun gebouw kunnen doen en we zoeken naar investeerders”, zegt Liu. “We proberen te vermijden alles vooraf vast te leggen. We kijken goed wat de middelen zijn, hoe we daar gebruik van kunnen maken en we zoeken projecten die hier passen. Uitein­delijk moeten alle gebouwen groen zijn, maar dat kan nog jaren duren. Ik verwacht dat de grootste veranderingen tegen 2025 gerealiseerd zijn.”

De huidige gang van zaken stemt Liu best tevreden. Enkele bouwprojecten, zoals de metro en de woningen, lopen wat trager dan gehoopt, maar voor het gehalte low carbon zit Pingdi ongeveer op schema.

Het gemiddelde inkomen per inwoner was in Pingdi vijf keer lager dan in de rest van Shenzhen, maar de CO2­-uitstoot tweeënhalf keer hoger. Om die uitstoot te verlagen was het aloude Chinese recept van sloop en nieuwbouw geen optie: dat zou juist leiden tot een toename. Dus zette IBR in Pingdi in op hergebruik van materialen en het opknappen van bestaande gebouwen. Zo’n gigantisch renovatieproject vraagt veel geduld: de eigenaren van de vervuilende panden zijn niet allemaal in één klap tot duurzaamheid te dwingen.

“We onderhandelen een voor een met hen over wat ze het best met hun gebouw kunnen doen en we zoeken naar investeerders”, zegt Liu. “We proberen te vermijden alles vooraf vast te leggen. We kijken goed wat de middelen zijn, hoe we daar gebruik van kunnen maken en we zoeken projecten die hier passen. Uitein­delijk moeten alle gebouwen groen zijn, maar dat kan nog jaren duren. Ik verwacht dat de grootste veranderingen tegen 2025 gerealiseerd zijn.”

De huidige gang van zaken stemt Liu best tevreden. Enkele bouwprojecten, zoals de metro en de woningen, lopen wat trager dan gehoopt, maar voor het gehalte low carbon zit Pingdi ongeveer op schema. Het doel is om de jaarlijkse CO2­-uitstoot per inwoner terug te dringen van 9 ton naar 5 ton in 2020 – evenveel als de CO2­-uitstoot van een Zwitser en de helft van een Neder­lander. Dit jaar komt Pingdi uit op 6,9 ton.

Trots

De basis is goed, zegt promovenda Xie Linjun. Zij werkt in een dependance van de Universiteit van Nottingham die in de haven­ stad Ningbo is gevestigd. Haar onderzoek is gericht op smart eco cities in China en Europa. “Sommige steden noemen zichzelf ecologisch of low carbon omdat dat goed klinkt, maar in Pingdi is het meer dan dat. Als je met de betrokkenen praat, merk je dat ze hard nadenken over hoe ze hun project CO2­-arm kunnen maken. Low carbon is hier echt dé ideologie.”

Ook Martin de Jong, hoogleraar stads­ en infrastructuur­ ontwikkeling aan de TU Delft, die meewerkte aan het masterplan voor Pingdi, is benieuwd naar de afloop. Hij heeft zo zijn eigen manier om eco en low carbon cities te beoordelen. “Het duurt bij dit soort projecten altijd even voor de investeringen komen”, zegt hij. “Als de betrokkenen daarover open zijn, is er niets aan de hand. Als ze informatie achterhouden, is het mis.”

Dat laatste is in Pingdi bepaald niet het geval. IBR­-onder­directeur Liu Yimin, de medewerkers van het Exhibition Center, de uitbater van het Yishe Hotel: allen zijn ze openhartig en trots op Pingdi. “Over vijf jaar moet je zeker nog eens terugkomen”, zegt hotelmanager Song Kankan. “Als ik zie hoe het hier de afgelopen jaren is veranderd en hoe groen het nu is, dan heb ik er alle vertrouwen in. Over vijf jaar is het hier prachtig.”