Trouw - Auto's verbruiken op de weg veel meer brandstof dan reclamefolder meldt

Nieuwe auto’s verbruiken op de weg gemiddeld 42 procent meer brandstof dan de fabrikant belooft. Wie een nieuwe auto koopt en zich laat leiden door brandstofverbruik, doet er goed aan 42 procent op te tellen bij de waarde in de reclamefolder. Zie het als een realiteitstoeslag. Want zo groot is bij nieuwe Europese auto’s het gemiddelde verschil tussen het beloofde en het daadwerkelijke brandstofverbruik. In 2001 bedroeg dat percentage nog maar 9 procent.

https://www.trouw.nl/home/auto-s-verbruiken-op-de-weg-veel-meer-brandstof-dan-reclamefolder-meldt~a3c69257/      

De International Council on Clean Transportation (ICCT) komt met deze cijfers in het onderzoek ‘Van laboratorium naar weg’. Hiervoor zijn de gegevens van 1,1 miljoen auto’s in acht landen en veertien databronnen gebruikt, waaronder Leaseplan in Nederland. ICCT is een niet-gouvernementele organisatie gevestigd in Berlijn en de VS. Hun eerste brandstofrapport verscheen in 2013, in samenwerking met TNO. Vandaag verscheen de actuele versie.

Het groeiende gat betekent dat de gemiddelde automobilist jaarlijks 400 euro meer aan brandstof betaalt dan hij mag verwachten. Ook stoot hij 42 procent meer CO2 uit dan gedacht.

Manipulatie

Ook in China, Japan en de VS is het gat sinds 2001 gegroeid. Maar nergens zo hard als in de Europese Unie. De toename was het kleinst in de VS en volgens de onderzoekers komt dat door de strenge Amerikaanse regels. Zo betaalden Hyundai en Kia een boete van 100 miljoen dollar vanwege manipulatie van de testsituatie. Dat de Europese testprocedure zwakke plekken kent, zien de onderzoekers als voornaamste oorzaak voor het gat tussen lab en weg in de EU.

Op de gestandaardiseerde testrit New European Driving Cycle (NEDC) was al langer kritiek. Fabrikanten halen allerlei kunstgrepen uit. Auto’s worden zo licht mogelijk gemaakt – geen radio, geen buitenspiegels. De nagebootste rit is onrealistisch: wie in de stad werkelijk zo traag optrekt, kan een hoop getoeter verwachten. Verder is het toezicht beperkt en kan de Unie geen auto’s terugroepen of boetes uitschrijven bij overtredingen, merken de onderzoekers op.

Nieuwe testmethode

Afgelopen september introduceerde de EU een nieuwe testmethode: de Worldwide Harmonized Light Vehicles Test Procedure (WLTP). ICCT verwacht dat het gat hierdoor kleiner wordt: dat effect hebben nieuwe testmethoden in Japan en VS ook gehad. “Deze test is realistischer. De auto rijdt op hogere snelheid, moet vaker accelereren en draait minder stationair. Ook wordt de luchttemperatuur verlaagd naar 14 graden Celsius, in de oude test bedroeg die 20 tot 30 graden. Verder worden andere gaten in de procedure gedicht”, zegt onderzoeker Uwe Tietge.

Maar realistisch is de WLTP nog niet. Laat de testen herhalen door een onafhankelijke partij, liefst ook op de weg, adviseert ICCT. Ook zouden autoriteiten gebruik moeten maken van gegevens uit de werkelijkheid, zoals van leasebedrijven.

De Amerikaanse Environmental Protection Agency bewijst dat het mogelijk is om op realistische waarden uit te komen. Dat wil overigens niet zeggen dat Amerikaanse auto’s zuiniger zijn dan Europese – het omgekeerde is het geval. Maar de reclametekst is wel eerlijker.

Accu

Het ligt aan de auto, niet aan de chauffeur, zegt Tietge. “Een aanwijzing is dat het gat plotseling toeneemt als er een nieuw model op de markt komt. Verder zien we in onze database bij alle type rijders – voorzichtig, zuinig of sportief – dezelfde toename.” Ook technische ontwikkelingen spelen een rol. Zo is de airco in de auto gemeengoed geworden, maar staat die in de testsituatie uit.

Het verschil tussen papier en asfalt kan vooral hoog zij bij plug-in-hybride auto’s: meer dan 200 procent, zegt Tietge. “Chauffeurs laden hun accu niet zo vaak op als in de testsituatie wordt verwacht.” Bedrijfsauto’s scoren slechter dan auto’s in privébezit.

Brandstofverbruik is om te rekenen naar CO2-uitstoot. Als het Europees Milieuagentschap zoals vorig jaar in een rapport meldt dat alle grote autofabrikanten de doelstellingen hebben gehaald, baseert de EEA zich op de laboratoriumtests. Volgens de ICC liggen de echte waardes dus ver boven de norm.