Trouw - CO2 voorgoed naar de zeebodem

Shell wil CO2 opvangen en opslaan in het Noorse deel van de Noordzee, ruim duizend meter onder de zeebodem. Shell doet mee met een broeikasgas-opslagproject in Noorwegen. Samen met zijn Noorse branchegenoot Statoil en het Franse Total, en met financiële steun van de Noorse regering, werkt het Nederland-Britse gas- en olieconcern plannen uit om de CO2-uitstoot van drie Noorse fabrieken op te vangen en op te slaan in de Noordzeebodem.

https://www.trouw.nl/groen/co2-voorgoed-naar-de-zeebodem~a09f41ca/      

Pijpleiding

De drie fabrieken waar het om gaat staan in het oosten van Noorwegen. De kooldioxide (CO2) die zij uitstoten, wordt opgevangen en samengeperst. Dat gas wordt vervolgens per schip vervoerd naar een terminal in het westen van het land. Daarna gaat het CO2, weer per schip, naar kleinere opslagtanks. Via een pijpleiding wordt het gas tenslotte in een onderzees reservoir gepompt. Dat reservoir ligt zo'n duizend tot tweeduizend meter onder de zeebodem. De initiatiefnemers denken dat meer Noorse fabrieken op termijn hun CO2 op die manier kwijt kunnen en speculeren al over een toekomst waarbij CO2 uit andere landen wordt verwerkt.

Shell hamert al jaren op het belang van het opvangen en opslaan van broeikasgassen. Statoil trouwens ook. Zonder die opvang en opslag van CO2 is het volgens Shell niet mogelijk om de doelen te halen die zijn neergelegd in het Klimaatakkoord van Parijs. In dat akkoord zijn internationale afspraken gemaakt over de beperking van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2.

CCS

Onomstreden is carbon capture and storing (CCS), zoals die opvang en opslag in jargon heet, niet. Het is duur - het Noorse project zal dat ook zijn - en de opslag geldt voor altijd, zodat er altijd een vorm van controle op het opgeslagen gas zal moeten zijn. Tegenstanders van de techniek vrezen dat de opslag van gas kan leiden tot aardbevingen en dat het CO2 ooit kan ontsnappen. Bovendien kost de opvang en opslag veel energie.

Volgens Shell gaat het om 'bewezen technologie' en is die technologie juist relatief goedkoop: goedkoper dan andere maatregelen om de uitstoot van CO2te beperken. De Noorse regering ziet er ook heil in. Dit jaar ondersteunt zij (onderzoeks)projecten met een bijdrage van 146 miljoen euro. Ook het project waar Shell aan deelneemt, wordt financieel gesteund. De Noorse regering beslist waarschijnlijk in 2019 of het project daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Tegen die tijd moet duidelijk zijn hoeveel het zal kosten.

Maasvlakte

Shell heeft ook in Nederland geprobeerd om CO2 ondergronds op te slaan. Een proef om dat in twee vrijwel lege gasvelden onder Barendrecht te doen, stuitte op tegenstand van de gemeente en haar bewoners en werd in 2010 afgeblazen. De opslag was wel goedgekeurd door een meerderheid in de Tweede Kamer. Afgelopen jaar zetten de energiebedrijven Engie en Uniper een streep door hun plannen om CO2 op te vangen (en onderzees op te slaan) die wordt uitgestoten door een kolencentrale op de Maasvlakte.

In 2015 ging een CCS-project van Shell in Schotland niet door. De Britse regering wilde uiteindelijk geen subsidie verlenen voor de opslag van CO2 bij Peterhead, niet ver van Aberdeen. In Canada loopt wel een CCS-project van Shell en het concern bereidt er een voor in Australië. Daar wil het uiteindelijk 3 tot 4 miljoen ton CO2 opslaan. Volgens Shell is dat het grootste CCS-project ter wereld.

In het Noorse project gaat het in eerste instantie om de opslag van 1,5 miljoen ton CO2 per jaar, in de plannen van Engie en Uniper met de centrale op de Maasvlakte om 1,1 miljoen ton. Ter vergelijking: Nederland stootte in 2016, volgens een berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 167 miljoen ton CO2 uit, waarvan 52,4 miljoen ton afkomstig was van energiecentrales. Volgens gegevens van het Global CSS Institute, waar bedrijven als Shell en Exxon en diverse regeringen lid van zijn, zijn er nu zeventien plekken in de wereld waar CCS op redelijk tot grote schaal wordt toegepast.