Trouw - De circulaire economie bloeit nog niet

De circulaire economie zit nog niet echt in de hoofden van consumenten en bedrijven, blijkt uit onderzoek. Er is enthousiasme, maar de ontwikkeling gaat traag. "Onze toeleveranciers zijn erg conservatief. Als je het hebt over de circulaire economie dan kijken ze je aan met een vraagteken in hun ogen." Dit citaat van een ondernemer is karakteristiek voor hoe er tegen de circulaire economie wordt aangekeken. Nog vol verbazing en terughoudendheid. De uitspraak komt uit een onderzoek onder Europese bedrijven, ambtenaren en deskundigen over de circulaire economie, het grootste in zijn soort tot nu toe. Het onderzoek is gebaseerd op gesprekken met ruim 153 bedrijven, 55 beleidsmakers bij overheden en 47 deskundigen in verschillende Europese landen, waaronder Nederland.

https://www.trouw.nl/groen/de-circulaire-economie-bloeit-nog-niet~ade48c04/  

Er is ook enthousiasme, blijkt uit de gesprekken. Over tien jaar zal circulair produceren - iets maken met veel minder grondstoffen, veel meer hergebruik - op grote schaal plaatsvinden, denkt meer dan de helft van de ondervraagden. Hoe daar te komen, wat er in de weg zit, hebben onderzoekers van de Universiteit Utrecht en accountants- en adviesbureau Deloitte in kaart gebracht.

Er zijn vele hindernissen tussen de aarzeling anno nu en het geloof dat het wel echt iets kan worden in de toekomst. Maar het zijn niet zo zeer de vaak genoemde barrières zoals te starre regels en onvoldragen techniek. Het zit ’m vooral in de hoofden van consumenten en ondernemers, komt uit de studie naar voren. Consumenten hebben nog te weinig belangstelling voor producten die met circulaire principes gemaakt zijn, zien de ondervraagden. En bedrijven kijken vooral de kat uit de boom. “De eerste die investeert zal waarschijnlijk zijn geld kwijtraken, alleen de tweede gaat er aan verdienen”, weerspiegelt een geïnterviewde de angst.

Gek genoeg is tegelijk te spreken van een ‘circulaire hype’, is de constatering in de studie. Beleidsmakers hebben het er veel over, de Europese Unie heeft circulaire ambities, Nederland wil in 2050 ‘circulair zijn’, net als sommige andere landen en grote bedrijven zoals Nike, Renault en Unilever passen het idee toe in hun bedrijfsvoering. Dat gaat gepaard met mooie toekomstvoorspellingen dat er veel te verdienen valt aan een economie die draait met minder grondstoffen en meer recycling en hergebruik en dat de banen, in de reparatie- en dienstensector bijvoorbeeld, voor het oprapen zullen liggen.

Bubbel

“Consumenten en bedrijven missen die hype”, constateert onderzoeker Julian Kirchherr van de Universiteit Utrecht, die verrast is door de uitkomsten van de eigen studie. “Binnen bepaalde bubbels wordt veel gepraat over de circulaire economie. Maar dat bereikt niet de grote massa van consumenten en bedrijven. Voor mensen die altijd bezig zijn met duurzaamheid is het duidelijk dat we die kant op moeten. Toch zie je de laatste jaren weinig vooruitgang, ondanks de grote beloften die gedaan worden. Het blijft te veel hangen in die bubbel van duurzaamheidsspecialisten, daar moet het uit. Binnen bedrijven moet het op tafel komen bij de directie en de financiële specialisten, niet alleen bij de afdeling die bezig is met verantwoord ondernemen.”

Opvallende illustratie van het ‘bubbeleffect’ is dat de geïnterviewde beleidsmakers van overheden denken dat bedrijven en consumenten al wel verder zijn. “Dat komt doordat ze er zelf veel mee bezig zijn”, analyseert Kirchherr. “Ze realiseren zich onvoldoende dat de meeste bedrijven en consumenten nog niet zo ver zijn. Consumenten hebben ook nog geen aansprekend voorbeeld, zoals Airbnb dat is voor de deeleconomie. Het is daarnaast een ingewikkeld concept. Je kunt er niet even snel geld mee verdienen. Het kost veel zweet en tranen.” Vanwege de complexiteit is er ook verwarring over de definitie, constateren de onderzoekers. Het gaat over veel meer dan iets met het afval doen (zie kader). Wie alleen dat al het stempel ‘circulair’ geeft, krijgt gauw het verwijt aan ‘greenwashing’ te doen, komt in de studie naar voren.

Behalve de aarzeling van consumenten en bedrijven, zitten ook marktfactoren de ontwikkeling van de circulaire economie in de weg. De lage prijs van grondstoffen komt als een belangrijke barrière uit de bus. Nieuw plastic bijvoorbeeld is vanwege de lage olieprijs vaak goedkoper dan gerecyclede kunststof. Daarnaast is het lastig nieuwe circulaire plannen gefinancierd te krijgen. Daar speelt de desinteresse van de consument mee: een ondernemer kan moeilijk aantonen dat er een markt is voor het product.

Vraag aanwakkeren

Veel hindernissen dus, toch ontleent Kirchherr ook optimisme aan het onderzoek. “Als er uit was gekomen dat technologie de beperkende factor was, wat veel academici zeggen, dan was dat een groter probleem geweest. Als je daar iets aan wilt doen ben je zo vijf tot tien jaar verder. Bedrijven zeggen: technisch weten we best wat we moeten doen, maar hoe overtuigen we anderen, de klanten, de hele keten van leveranciers en afnemers?”

Zo blijven alle partijen op elkaar wachten. De overheid kan een rol spelen om die stagnatie te doorbreken en de ontwikkeling te versnellen, denkt Kirchherr. “Aan de lage grondstofprijzen kun je iets doen met belastingen. Ook met financieringsproblemen kan de overheid helpen. Er gebeurt al van alles, er zijn experimenten met circulaire broedplaatsen, zoals in Amsterdam en Rotterdam, met beginnende bedrijven. Van de start-ups mislukt 90 procent, dat geeft niet, 10 procent redt het wel op termijn.”

Als de overheid, samen met de bedrijven die niet afwachten en wel op eigen houtje het circulaire pad op gaan, de zogeheten ‘first movers’, de boel op gang brengen, ontstaan er meer aansprekende voorbeelden en producten. Die moeten de consument verleiden en de vraag aanwakkeren.

Dat is wel cruciaal, vindt Kirchherr. “Je moet goede producten maken, met betere eigenschappen. Je kunt niet verwachten dat alle consumenten die spullen gaan kopen alleen omdat ze zo duurzaam zijn.”

Wat is circulaire economie?

Er zijn veel woorden nodig om de circulaire economie te omschrijven. Zo compact mogelijk: een economisch systeem dat lineaire productie vervangt door denken in cirkels. De productie gaat gepaard met zo min mogelijk primaire grondstoffen en energie.

Al bij het ontwerp en het maken van een product moet nagedacht worden over waar het eindigt: wat gebeurt er met het afval, is het in delen te hergebruiken, wat is biologisch afbreekbaar, is het te repareren. Het doel is om een ‘duurzame’ economie te creëren in de letterlijke zin van het woord, die nog een hele tijd mee kan. Een systeem dat niet inteert op voorraden, de kwaliteit van het milieu en klimaat verbetert in plaats van verslechtert en tegelijk welzijn en sociale gelijkheid bevordert.

Nederland wil circulair

Het vorige kabinet heeft ambitie getoond met de lancering in 2016 van het ‘Rijksbrede programma circulaire economie’. Het doel is om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. In 2030 moet Nederland al 50 procent minder primaire grondstoffen gebruiken, zoals fossiele brandstoffen, metalen en mineralen. Daarvoor is afgelopen jaar een Grondstoffenakkoord gesloten. Het nieuwe kabinet onderschrijft dat streven. In het regeerakkoord staat dat er deze kabinetsperiode meer aandacht komt voor ‘ontwikkeling en verspreiding van kennis en best practices’. Ook: ‘Het kabinet inventariseert tevens welke knelpunten in regelgeving, toezicht en handhaving duurzame innovaties in de weg staan en mogelijk opgelost kunnen worden.’