Trouw - De nieuwe economie ziet eruit als een donut

Nieuw is het niet wat de Britse econoom Kate Raworth zegt. Toch slaat haar pleidooi voor een duurzame en sociale economie aan. Het is een zoet, gefrituurd broodje met een gat in het midden, de donut. Geen voor de hand liggend voedsel om een pleidooi voor een nieuwe, duurzame economie aan op te hangen. 

https://www.trouw.nl/cultuur/de-nieuwe-economie-ziet-eruit-als-een-donut~ad78787b/

Maar de Britse econoom Kate Raworth doet het toch. Met succes. Haar dit jaar verschenen boek 'Doughnut Economy' bestormt internationaal de eindejaarslijstjes van 'must reads'. Een recente uitzending van VPRO's 'Tegenlicht' oogstte jubelende reacties. In januari is Raworth in Nederland, optredens van haar zijn al bijna uitverkocht.

De Nederlandse vertaling ligt sinds een paar weken in de boekhandel: 'Donut Economie'. Het ronde broodje van Raworth, verbonden aan Oxford University, staat model voor de 'economie van de 21ste eeuw'. Die economie is niet de aan groei verslaafde, op fossiele brandstoffen draaiende machine waarin de egoïstische 'homo economicus' centraal staat. Deze eeuw, waarin duidelijk is geworden dat de mensheid op planetaire grenzen stuit, heeft behoefte aan een geheel andere benadering.

De donut is een uitstekend beeld om dat uit te leggen, vindt Raworth. Het broodje zelf, de ronde ring, is veilig, rechtvaardig, duurzaam gebied. Daar produceert, consumeert, leeft iedereen zonder schade aan natuur of klimaat toe te brengen, is er voldoende voedsel en werk, gezondheid en democratie. In het gat van de donut geeft Raworth de tekorten weer: daar willen mensen overal ter wereld zich aan ontworstelen. De binnenste ring van het broodje is het sociale fundament, wat minimaal nodig is voor welzijn. Aan de buitenrand doemt het ecologisch plafond op, zoals luchtvervuiling, klimaatverandering, uitgeputte bodems. Een duurzame economie schiet niet over het zoete deeg heen.

Krachtig en logisch

Het is een krachtig beeld. Volkomen logisch ook eigenlijk. Waarom doen we het dan niet zo? Om dat uit de doeken te doen, neemt Raworth de lezer mee in een kleine eeuw geschiedenis van de economie. Centraal staat hoe het zo gekomen is dat economische groei, ofwel de stijging van het binnenlands bruto product (bbp), de maat der dingen is geworden, zich als een koekoeksjong in de maatschappij heeft genesteld, zoals Raworth het noemt. Dat zit hem zowel in de wetenschap als in het beleid. De economische wetenschap is vorige eeuw het pad opgegaan van wiskundige vergelijkingen en modellen, stileringen van de werkelijkheid. Tegelijk was er na twee wereldoorlogen in de geïndustrialiseerde wereld behoefte aan een opbouweconomie en een handige maatstaf daarvoor. Die twee samen hebben economische groei het gewicht gegeven dat het nu heeft.

Die tocht door de historie en de kritiek die de afgelopen tientallen jaren geuit is op de beperkingen van het bbp als maatstaf, schrijft Raworth zeer toegankelijk op. Het is allemaal niet nieuw en soms kort door de bocht - ook de economische wetenschap heeft zich ontwikkeld - maar wel lezenswaardig. Origineel is dat zij het belang van beelden benadrukt. Zoals de groeicurve van het bbp: omhoog associeert met 'goed'. Het bekende diagram uit les 1 in de economie over vraag en aanbod, twee lijnen met een snijpunt, evenwicht suggererend. Het zijn geen onschuldige plaatjes, ze zijn als 'graffiti in onze geest geëtst' stelt Raworth. "Wat we tekenen bepaalt wat we kunnen zien en wat niet, wat we opmerken en negeren."

Met de donut wil ze daar een nieuw beeld tegenover zetten. "Als we de economische wetenschap willen herschrijven, moeten we ook de plaatjes ervan opnieuw tekenen, omdat we weinig kans hebben een nieuw verhaal te vertellen wanneer we vasthouden aan de oude illustraties". Bij colleges of workshops geeft Raworth haar gehoor dan ook vaak papier en potlood in handen. Teken een alternatief voor de homo economicus, de eenzame figuur met dollartekens om zich heen, is dan bijvoorbeeld de opdracht. Dan blijken drie beelden vaak naar voren te komen, schrijft Raworth: een groepje mensen als gemeenschap, acrobaten die elkaar in balans houden en een zaaiende mens.

Wat nu?

Het is een creatieve benadering, maar na lezing van alle tekortkomingen aan het huidige economische stelsel komt toch de onvermijdelijke vraag 'wat nu?' op. Die beantwoordt Raworth niet, daar is ze ook niet op uit. Dat zou pretentieus zijn, verklaart ze. 'De komende generaties denkers en doeners' zal moeten uitproberen wat wel en niet werkt. Daarmee zoekt ze het veel meer in 'bottom-up' initiatieven, zoals lokale energie-opwekking en circulaire experimenten, dan in sleutelen aan de bouten en moeren van de huidige macro-economische machine.

Kom bij Raworth niet aan met het begrip 'groene groei', de trend om aan natuur een prijskaartje te hangen of om het duur maken van de uitstoot van broeikasgassen. Het zijn in haar ogen schijnbewegingen die niets veranderen aan de heiligheid van het begrip 'economische groei'. Ze suggereren dat het bbp gewoon kan en moet blijven groeien, maar dan 'groen'. Die belofte is volgens Raworth niet waar te maken als de wereld niet van de buitenrand van de donut wil vallen. Toch kunnen die gereedschappen van de economie uit de 20ste eeuw nodig zijn om uiteindelijk op de veilige ring van het zoete broodje te belanden.