Trouw - Het eerste drijvende windmolenpark ter wereld verrijst voor de kust van Schotland

Nog even, en Schotland heeft officieel het allereerste drijvende windmolenpark voor zijn kust liggen. Sinds vandaag dobbert één van de vijf turbines al voor de kust, de anderen volgen de komende weken. Een drijvende windmolen kan op veel diepere wateren ingezet worden dan een molen op een vaste paal. 

https://www.trouw.nl/groen/het-eerste-drijvende-windmolenpark-ter-wereld-verrijst-voor-de-kust-van-schotland~a1a53586/

Trouw - Het eerste drijvende windmolenpark ter wereld verrijst voor de kust van Schotland

Nog even, en Schotland heeft officieel het allereerste drijvende windmolenpark voor zijn kust liggen. Sinds vandaag dobbert één van de vijf turbines al voor de kust, de anderen volgen de komende weken. Een drijvende windmolen kan op veel diepere wateren ingezet worden dan een molen op een vaste paal. 

De overige vier turbines van elk 11,5 ton liggen nu nog voor de westkust van Noorwegen te wachten totdat ze naar hun definitieve locatie op de Schotse zee gebracht worden. Het windmolenpark Hywind, ter hoogte van het stadje Peterhead, moet, eenmaal actief, zo’n 20 duizend huishoudens van energie kunnen voorzien. Eind dit jaar moet het park actief worden.

Het windmolenpark kreeg twee jaar geleden financiële steun uit onverwachte hoek: het Noorse olieconcern Statoil besloot te investeren in het project van 200 miljoen euro omdat het bedrijf op zoek is naar alternatieve bronnen van energie naast olie en gas.

Daarmee was Schotland andere landen met gelijksoortige plannen te snel af. De laatste jaren was er een soort wedloop ontstaan tussen verschillende landen die allemaal als eerste een drijvend windmolenpark wilden bouwen. Zo wees Frankrijk in 2015 al twee gebieden in de Middellandse Zee en één in de Golf van Biskaje aan waar drijvende turbines gebouwd kunnen worden. Dat project is naar verwachting pas in 2020 voltooid. De allereerste drijvende windmolen staat op naam van Japan. Vier jaar geleden installeerde het land een drijvende turbine voor de kust van Fukushima, maar dat bleef vooralsnog bij één.

In Nederland zijn er nog geen concrete plannen voor een drijvend windmolenpark, al is er wel een Nederlands bedrijf betrokken bij de ontwikkeling ervan. Kema uit Arnhem maakt deel uit van het Noorse DNV GL, dat bezig is met de ontwikkeling van drijvende windmolens.

Groter gebied

Mocht de proef in Schotland succesvol zijn, dan is dat een flinke opsteker voor de productie van windenergie. Het voordeel van drijvende windmolens is namelijk dat ze ook in diepere wateren geplaatst kunnen worden, waardoor een groter gebied geschikt is voor windmolens. Volgens Irene Rummelhoff, hoofd van de afdeling Nieuwe Energie Oplossingen bij Statoil, biedt de nieuwe technologie van drijvende windmolens dan ook een enorme nieuwe bron van windenergie, liet ze eerder weten. “Het is bijna onuitputtelijk. Op dit moment werken drijvende windmolens in water met dieptes tussen de 100 en 700 meter. Maar ik denk dat we dieper kunnen dan dat. Dit maakt een heel groot gebied op zee toegankelijk”, zei ze vorige maand in een interview met The Guardian.

Dat maakt de windmolens ook geschikt voor landen met diepere kustwateren zoals Noorwegen, de VS en Japan, legde Michiel Zaaijer, universitair docent windenergie aan de Technische Universiteit Delft, eerder uit in deze krant. “Vanaf een diepte van vijftig tot zestig meter wordt het te duur om een windmolen op een vaste paal aan de grond te bevestigen. In de Noordzee zijn veel ondiepe gebieden waar vaste windmolens kunnen staan, maar landen als Noorwegen, Schotland, de Verenigde Staten en Japan hebben steile kusten waardoor dit niet mogelijk is.”

De techniek die gebruik wordt voor de drijvende turbines staat nog wel in de kinderschoenen, volgens Zaaijer. “We beschikken nu over voldoende kennis om de windmolens te laten drijven zonder grote risico’s. Maar we begrijpen nog niet zo goed hoe de dobberende molens precies reageren op de krachten van wind en zee. Om risico’s te voorkomen, zoals het afbreken van wieken, gebruiken we daarom relatief veel materiaal om de constructie stevig te maken, wat weer veel geld kost.”