Trouw - Hoe de polder het klimaat moet gaan redden

Haalt Rutte-III de in Parijs gestelde doelen? Minister Wiebes wil er afspraken voor maken met bedrijven en milieu-clubs. Vandaag en morgen debatteert Wiebes met de Tweede Kamer over dit nieuwe polderoverleg.

https://www.trouw.nl/groen/hoe-de-polder-het-klimaat-moet-gaan-redden~a4c1e85a/

Tientallen energie- en milieulobbyisten kwamen vorige week samen in het Gemeentemuseum in Den Haag. Gespreksonderwerp: het ‘energieakkoord 2.0’. Het eerste akkoord sloten 47 organisaties samen, in 2013. Van bedrijven tot waterschappen, van vakbonden tot milieuorganisaties. Een baanbrekende primeur was het. Het resultaat was een waslijst aan groene afspraken. Over windmolens, biomassa, energiebesparing, zonnepanelen. Een klassiek poldersucces. Ondanks wat bonje af en toe, stapte niemand eruit. Het einde van het eerste energieakkoord, met doelen voor 2020 en 2023, komt in zicht.

Klimaatminister Eric Wiebes (VVD) wil dat er in 2018 een opvolger ligt. Maar lukt dat? De belangen zijn enorm, wensen lopen sterk uiteen. Het kabinet stelt hoge klimaatdoelen, zoals 49 procent CO2-verlaging in 2030. Hij rekent op CO2-opslag door fabrieken. Extra windparken op zee juicht hij toe en de kolencentrales sluiten uiterlijk in 2030.

Maar er moet veel meer gebeuren. Wat precies, dat moeten bedrijven en maatschappelijke organisaties weer samen uitonderhandelen. Alle belanghebbenden moeten hun handtekening onder de nieuwe afspraken zetten. Dit energieakkoord belooft ingewikkelder en duurder te worden dan zijn voorganger. Succes is allerminst verzekerd. Een overzicht van de rol van alle betrokkenen op een rij.

Milieuorganisaties

Bij de milieuclubs krabben ze zich nu flink achter de oren. Willen ze wel instemmen met een nieuw compromis, terwijl de tijd om het klimaat te redden wegtikt? Hun scepsis is deels strategie. Wie niet van harte meepraat, wordt zeker serieus genomen. Toch is twijfel bij groepen als Greenpeace oprecht. Achteraf bleek het eerste energieakkoord geen onverdeeld succes voor ze. Sommige concessies, zoals het toestaan van de omstreden bijstook van biomassa in kolencentrales, blijven pijnlijk. Over andere punten, zoals het behalen van energiebesparing, kun je wel mooi afspraken maken, maar bedrijven bleken er lange tijd nauwelijks werk van te maken.

Maar het overheersende idee is: liever meepraten dan toekijken. Greenpeace hoopt meer kolencentrales sneller dicht te krijgen dan ‘uiterlijk in 2030’, zoals Wiebes zei. Voor Milieudefensie is een ‘eerlijke transitie’ een nieuw speerpunt. Er is snel een omslag nodig naar een duurzame energievoorziening, zegt Milieudefensie, en wel zodanig dat alle burgers daarvan meeprofiteren. Ook grote (deels fossiele) energiebedrijven zoals Essent/RWE zeggen dat. Het ophalen van de benodigde tientallen miljarden ‘groen’ belastinggeld mag armere gezinnen niet onevenredig zwaar raken, bepleiten Milieudefensie en Essent samen. Het risico bestaat anders dat minder bedeelde huishoudens wel de subsidiepot voor zonnepanelen spekken, maar geen geld over hebben om er gebruik van te maken. Dat frustreert draagvlak.

Voor milieuorganisaties is het belangrijk dat er snel meer zonnepanelen bijkomen. En windmolens natuurlijk. Op zee zijn die steeds goedkoper, maar ook op land lijken extra turbines onontbeerlijk. Milieuclubs willen verder dat huizen snel van het aardgas afgaan. In nieuwe wijken sowieso, maar ook bij bestaande huizen. Juiste oudere, slecht geïsoleerde woningen gebruiken veel gas. Als die duurzaam worden, levert dat veel milieuwinst op.

Bedrijven

De informateurs van het kabinet-Rutte III ontvingen stapels lobbybrieven. Veel van bedrijven, die vroegen: pak vervuiling aan. De duurzame voorhoede zoals De Groene Zaak, een belangenvereniging voor duurzame ondernemers, maar ook traditionele koepels, zoals VNO-NCW. Minister Wiebes zet ze nu voor het blok. Hij stuurt de bedrijven naar de onderhandelingstafel, voor het nieuwe energieakkoord. Nu mogen de ondernemers bewijzen wat al hun groene oproepen waard zijn. Wie dwars gaat liggen, valt door de mand.

Steeds meer bedrijven zien in dat ze wel groen móeten worden. De vraag is alleen, hoe snel? Hoeveel geld en banen mag het kosten? Neem de kolencentrales. Drie van de laatste vijf Nederlandse kolencentrales staan er pas een jaar. Als die snel sluiten, verdienen de fossiele energiebedrijven hun miljardeninvesteringen nooit terug. Energiebedrijven zoals RWE zeggen daarom: het is te duur, er zijn slimmere manieren om milieuwinst te behalen. Er zal in de onderhandelingen dus wisselgeld moeten komen om kolencentrales eerder dan 2030 te sluiten. In het vorige energieakkoord gingen fossiele bedrijven al akkoord met sluiting van de vijf oudste, smerigste kolencentrales. In ruil daarvoor schrapte Rutte II de belasting op steenkool die de fossiele bedrijven nog blijven opstoken. Voor het meeverbranden van biomassa (houtstukjes) kwam een miljardensubsidie. De milieuorganisaties keurden het goed, wel met tegenzin, om zo in elk geval de oudste vijf kolencentrales op te doeken.

Er moet over veel meer besloten worden dan over de kolencentrales. Zo zijn er nieuwe afspraken nodig over energiebesparing door grote energieslurpers. Vervuilende industrie betaalt nu nog altijd minder belasting per eenheid gas en elektriciteit dan huishoudens. Dat stimuleert fabrieken niet om schone installaties te plaatsen. Tegelijk wil het kabinet fabrieken niet uit het land wegjagen, met extra strenge milieueisen.

Bevolking

Je kunt een energieakkoord sluiten met politiek, milieuorganisaties en industrie. Maar zonder de steun van de bevolking, is het project gedoemd te mislukken.

Burgers moeten bereid zijn zonnepanelen aan te schaffen, elektrisch te rijden en hun woningen te isoleren. Maar zijn zij dat ook? Onderzoeksbureau Motivaction bekeek in opdracht van het ministerie van economische zaken en klimaat het maatschappelijke draagvlak voor verduurzaming. Kortweg: 80 procent is hier enthousiast over en ziet de noodzaak. Een andere opvallende conclusie luidt: burgers denken dat Nederland veel meer groene energie produceert dan het geval is.

Nederlanders schatten het aandeel duurzame energie op 45 procent. In werkelijkheid is dit amper 6 procent. De vraag is dus of bij de bevolking het besef is ingedaald dat het nieuwe energieakkoord een groene revolutie behelst, waar een fors prijskaartje aan hangt. Zeker ook voor burgers.

De Vereniging Eigen Huis (VEH) verstuurde onlangs een alarmerend bericht dat de energierekening de komende jaren flink stijgt vanwege milieubelastingen. Huishoudens en bedrijven betalen een toeslag waarmee duurzame projecten worden gefinancierd (de zogeheten ODE-regeling). Volgens de VEH betalen consumenten ‘onevenredig veel voor de verduurzaming van ons land’.

Minister Wiebes legde recentelijk in een Kamerdebat uit dat ‘de gemiddelde energierekening per huishouden’ in 2018 met 45 euro stijgt. In 2021 kan dit zijn opgelopen tot 175 euro extra. Het is vervelend, maar wel noodzakelijk, zei VVD-Kamerlid Dilan Yeşilgöz: “Zonder deze subsidie kunnen de plannen van het energieakkoord niet worden uitgevoerd.”

Wiebes is zich terdege bewust van het risico van (te) dure klimaatafspraken. Afgelopen vrijdag zei hij: “Als we het goed doen, zijn de kosten hoog, maar ze zijn te dragen. Maar als we het verkeerd doen, zijn ze te hoog.”

En dan kan de minister een succesvol energieakkoord wel op zijn buik schrijven.

Politiek

De nieuwe klimaatminister Wiebes realiseert zich als geen ander dat dit kabinet rust op de kleinst mogelijke meerderheid in het parlement. Begin november, amper twee weken na zijn beëdiging, zocht hij Jesse Klaver op in diens werkkamer. Of hij zaken kon doen met de fractievoorzitter van GroenLinks.

Wiebes is de eerste minister die nadrukkelijk de hand uitsteekt naar de oppositie. Afgelopen vrijdag liet de minister de Tweede Kamer weten dat hij in de zomer van 2018 wil komen tot een ‘klimaat- energieakkoord op hoofdlijnen voor de periode tot 2030’. Dit moet het Nederlandse antwoord worden op het klimaatverdrag van Parijs. Falen is eigenlijk geen optie.

Dat Wiebes als eerste bij Klaver aanklopte, is logisch. GroenLinks lanceerde eind 2015 samen met de PvdA een klimaatwet, met harde, afrekenbare milieudoelen. Wiebes wil ook zo’n klimaatwet, maar vermoedelijk wel een afgezwakte variant. De minister zet in op 49 procent CO2-reductie in 2030, GroenLinks en PvdA op 55 procent. De oppositiepartijen willen ook ieder jaar een klimaatbegroting en elke vijf jaar een klimaatplan. Het regeerakkoord meldt hier niks over.

Het zou het kabinet een lief ding waard zijn om samen met PvdA en GroenLinks, en wellicht de SP, één klimaatwet te presenteren. Dan ligt steun van deze partijen voor het grotere energieakkoord ook meer voor de hand. Vooralsnog is GroenLinks bijzonder kritisch op de kabinetsplannen. Met name het voornemen om grote hoeveelheden CO2 op te slaan onder de Noordzee, valt slecht. “Niet reëel”, zegt Kamerlid Tom van der Lee. “Ik heb wel het idee dat het regeerakkoord bij Wiebes niet in marmer is gebeiteld. Dat biedt hoop.”

De steun van de PvdA is ook nog allerminst zeker. Kamerlid William Moorlag wijst erop dat het kabinet met zijn milieuplannen, die strekken tot 2030 en verder, ‘fors over het eigen graf heen regeert’. Moorlag wil daarom nu harde afspraken maken over het sluiten van de kolencentrales. De PvdA vindt ook dat dit kabinet veel meer geld moet reserveren voor het verduurzamen van woningen.

“Het gaat om 6 miljoen panden, dus ongeveer 200.000 woningen die ieder jaar, tot 2050, energiezuinig gemaakt moeten worden. Dat zijn er tegen de duizend per werkdag. Met het geld dat het kabinet hiervoor uittrekt, kan je nog geen gat in de sneeuw pissen.”