Trouw - Lisanne Addink: De vrouw die van afval hippe dingen maakt

Lisanne Addink-Dölle geeft ‘iconisch afval’ een tweede leven. 'Want het is idioot om nog nieuwe grondstoffen naar boven te halen', zegt de directeur/eigenaar van VerdraaidGoed. Zelfs nijlpaardpoep kun je ‘upcyclen’, bewijst deze nummer 63 uit de Duurzame 100. 

https://www.trouw.nl/groen/lisanne-addink-de-vrouw-die-van-afval-hippe-dingen-maakt-~a463f624/

Een notitieblok met een kaft gemaakt van gele vertrekstaten van de NS. Een kek bureaulampje van oude PostNL postbussen. Draai het sleuteltje van de postbus om, en de lamp brandt. Een tafel gemaakt uit een groot bord, dat bij een bouwproject heeft gestaan. Lisanne Addink-Dölle (1986) lijkt een patent te hebben op het verzinnen van hippe toepassingen voor alles waar het bedrijfsleven vanaf wil. Het kantoor van haar bedrijf VerdraaidGoed staat er vol mee. Het leverde haar plek 63 op in de Trouw Duurzame 100. “Ik wil dat je de geschiedenis van een materiaal kunt blijven zien”, vertelt Addink. “Het is idioot om nog nieuwe grondstoffen naar boven te halen terwijl er al zoveel in omloop is.”

Ook het gebouw waarin VerdraaidGoed zit, is gerecycled. Te midden van het natuursteen en de tropische begroeiing van het voormalige Rotterdamse zwembad Tropicana, staan glazen kantoorunits van duurzame bedrijfjes. ‘BlueCity’ is het Rotterdamse Walhalla van de ‘blauwe economie’, die nog meer dan de ‘groene’ werkt met ketens. “De koffiedrab van de Alohabar op de begane grond gaat naar Rotterzwam, die er oesterzwammen op kweekt. En die gaan als bitterbal weer terug naar de Alohabar”, legt Addink uit.

Inzicht

VerdraaidGoed werkt in opdracht van afvalmakers die duurzamer willen werken. Eerst brengt ze hun afvalstromen in kaart, daarna komt ze met ideeën voor hergebruik. Meestal zet VerdraaidGoed daarvoor zelf een productielijn op. Voor zover mogelijk gaat het eindproduct retour klant.

Zoals bij kledingbedrijf WE Fashion. “WE hangt iedere week nieuwe banners in de winkels. De oude banners gaan naar ons, en de tassen die we daaruit maken, gaan weer naar WE. Dat levert veel meer tassen op dan WE kwijt kan”, vertelt Addink-Dölle. Dat vindt ze prima, want ‘bewustwording’ is een van haar eindproducten. “Onze klanten komen door ons tot het inzicht hoeveel afval ze produceren. Vaak schrikken ze daarvan.”

Daarnaast verkoopt Addink de producten online. Dit jaar richtte ze LoopedGoods op: een webwinkel waar ook andere circulaire bedrijven hun producten verkopen.

Poep

Addink deed haar eerste vinding in 2010, als studente industrieel ontwerpen aan de TU Delft, tijdens haar afstudeerproject bij Dierenpark Emmen. Addink bedacht nijlpaardbeeldjes voor de souvenirwinkel van het park, gemaakt uit nijlpaardpoep. “Dat was natuurlijk een statement. Als zelfs poep herbruikbaar is…”, lacht Addink.

Na haar studie haalde ze met VerdraaidGoed vrij snel de NS binnen. “Met de oude vertrekstaten kregen we meteen een iconische afvalstroom in handen.” Inmiddels heeft VerdraaidGoed vier medewerkers, naast Lisanne en haar man Remco Addink. Daarnaast houden ze twintig mannen en vrouwen op sociale werkplaatsen aan het werk. Zij maken onder het label ‘Beat the bag’ tweeduizend tassen per maand, uit oude banners van een hele reeks bedrijven.

Koffiedrab

Koffiedrab is de nieuwste loot aan de stam. “Een enorme reststroom”, vertelt Addink. “Alleen al de TU Delft produceert jaarlijks 20 ton. Maar het komt verkeerd terecht: in het bedrijfsleven meestal in de grijze bak. Terwijl de leverancier koffieafval heel gemakkelijk kan meenemen als de machines worden bijgevuld.”

VerdraaidGoed startte met de paddenstoelkwekers van Rotterzwam het bedrijf ‘CoffeeBased’, dat sinds dit najaar samenwerkt met Maas International, een grote leverancier van koffieautomaten. Addink schuift een 3D-geprint model over tafel: een bakje voor suikerzakjes en melk. Het heeft de vorm van een koffieboon, en moet straks ook uit koffiedik gemaakt worden.

Maar het eerste product is een koffie-schrijfboekje. Addink pakt een exemplaar met glanzende, bruine kaft. Ze houdt het tegen haar gezicht en snuift. “Dit is al een wat ouder prototype, de geur zit er niet meer zo goed in.” Ze pakt een verser ‘koffievel’, dat oogt als een soort transparant schuurpapier. En inderdaad: onmiskenbaar de geur van een bakkie pleur. “Koffie in vaste vorm”, zegt Addink tevreden.

De boekjes met koffie-kaft komen straks weer terecht op de vergadertafels in de bedrijven. Op het eerste blad staat het verhaal over de herkomst. “Stel, je krijgt dit boekje van je baas”, zegt Addink. “En je komt zo op het idee je koffiebekertje een tweede keer te gebruiken. Dat is mooi. Dat soort bewustwording wil ik op een subtiele, speelse manier bereiken. Zonder vingertje.”