Trouw - Ouderwets genieten in Oisterwijk, een wandelklassieker

Al ruim een eeuw weten wandelaars de Oisterwijkse vennen te vinden. De charme van het gebied neemt eigenlijk alleen maar toe. ‘Ge wordt geïnviteerd naar Oisterwijk te komen.’ Gelukkig heeft de meute vandaag massaal besloten de uitnodiging die de natuurvorser Jac. P. Thijsse in 1917 richtte aan de lezers van ANWB-blad de Kampioen (sinds 1885!), botweg te negeren. Het is in elk geval doodstil als ik bij de Oisterwijkse bossen en vennen aankom. Slechts één vrouw duikt met – ja heus – Fikkie het bos in maar voor het overige heb ik het natuurgebied voor mezelf alleen.

Bron: Trouw

De lucht knispert fris, een koolmeesman probeert een vrouw voor zich te interesseren en achter de boomschors weet ik het gekrioel van larven. Boomwortels hebben de macht over de smalle wandelpaden overgenomen en dwingen tot evenwichtsoefeningen op denneappels.

Mijn route belooft vele vennen en de eerste dient zich al snel aan. Het zwarte water maakt van de bomen op de oever tweelingen. Tweelingen die al snel door een eend ruw worden gescheiden door de rimpelingen die ze veroorzaakt.

Ven en bos inspireerden ‘poëtische’ geesten tot het lagereschoollied:

Oisterwijk, Oisterwijk, met uw wonderschone vennen

Groen omzoomd door het mos

In de rust van het bosch

Overschaduwd door het loof van de dennen

De liefde voor de Oisterwijkse bossen en vennen is oud. Eind 19de eeuw al was het natuurgebied een toeristische attractie die het dorp geen windeieren legde. Dat wist ook de plaatselijke VVV. Toen een onverlaat met het plan kwam om in het gebied een villapark aan te leggen waarschuwde de organisatie de nog jonge vereniging Natuurmonumenten die – met geldelijke steun van heel veel leden – redding bracht.

Gelukkig maar want dit is genieten met een grote G. Vanuit de bomen klinkt een enthousiaste discussie van vogels van, zoals dat zo mooi heet, divers pluimage. Her en der staan rustieke bankjes die helaas een natte kont opleveren, maar wel een mooi uitzicht.

IJstijd

De vennen hier zijn vrijwel allemaal na de laatste IJstijd ruim 10.000 jaar geleden ontstaan. Straffe zuidwestenwind stoof de grond uit tot op het grondwater en vormde langwerpige vennen van zuidwest naar noordoost georiënteerd met een hogere zandoever aan de noordoostelijke kopse kant. Vele eeuwen later weidden boeren hun schapen eromheen. De grond putte uit, hei ontstond. Tot de wolindustrie inkakte en de schapen geen rode rotcent meer opbrachten. Zoals zoveel heideterreinen werd ook deze met dennen beplant om de mijnbouw van stuthout te voorzien.

Op mijn wandelroute is de monotone dennenbegroeiing verdwenen. Eenmaal in natuurhanden volgde de ‘verloving’, het mengen met loofhout omdat variatie biodiversiteit betekent.

Het is zacht en onwinters. Weer dat bodemdieren weerhoudt diep de bodem in te duiken. Mooi voor de twee merels die op hun gebruikelijke, bijna hartstochtelijke manier met hun snavels door de dode bladeren maaien, op zoek naar wormen, pissebedden, larven en ander klein grut.

Opeens is het pad bezaaid met stenen die, omdat ze struikelpartijen uitlokken, voor lichte ergernis zorgen. Tot een bord meldt dat het pad een herdenkingsroute is. Na het bombardement van Rotterdam werd op bevel van de Duitsers een deel van het puin naar Oisterwijk gebracht om de paden naar de munitieopslag in de buurt van het Goorven te verharden.

Steen wordt weer zandig bospad pad compleet met wortels. En kijk. Een tweede medewandelaar nadert. Zijn kordate tred doet dagelijks bezoek vermoeden. Blasé lijkt hij geenszins. Het geroffel van een grote bonte specht doet ook bij hem een glimlach verschijnen en met een blik van verstandhouding staan we even samen te genieten.

Olifanten

De oever van het Stelbergen oogt ontaard, alsof er een kudde olifanten is langs geweest. Chaos waaruit echter, als zo vaak, hoop en toekomst zal bloeien. Door stikstof vanuit de landbouw en de val van blad in het ven, waren water en oever te voedselrijk geworden en planten van een schraal milieu verdwenen.

Met boomkap, afplaggen en het verwijderen van humus probeert Natuurmonumenten bijzondere planten te verlokken. De gagelstruiken zijn, als rode-lijstsoort, de dans ontsprongen en tekenen prachtig af tegen het water. Ik kneus een takje en een kruidige geur komt vrij. De plant werd vroeger gebruikt om leer te looien, sekslustig te maken, kiespijn te verlichten, insecten te verdrijven en bier te aromatiseren en houdbaar te maken. Weinig vertrouwenwekkend, zo’n merkwaardige combinatie.

Begeleid door de holle roep van een raaf vervolg ik blijmoedig het pad om weer het dorp in te lopen. Een dorp dat de afgelopen jaren verworden is tot yuppenparadijs. Hier snackt men niet, maar prikt een vorkje, is geen normale koffie te krijgen, zijn huizen staeten en kost een bloesje in de uitverkoop ‘slechts’ 117 euro. De kerk en de lagere school, ooit geleid door nonnen, ogen nog als in de herinnering.